BWBR0017886
Geldig vanaf 2005-01-20
Artikel 14
Regeling aanvraagprocedure en veiling gebruiksrecht frequentieruimte voor WLL 26 GHz
1. Na de vaststelling, bedoeld in artikel 13, eerste lid, stelt de minister aan de hand van de opgave, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de aanvragers die aan de eisen, bedoeld in artikel 12, voldoen, vast of de voor WLL beschikbare vergunningen zonder toepassing van een veiling kunnen worden verleend.
2. Indien voor een kavel als bedoeld in artikel 3slechts één van de aanvragers, bedoeld in het eerste lid, zijn belangstelling heeft opgegeven, vindt veiling van die kavel niet plaats en wordt met betrekking tot die kavel aan de desbetreffende aanvrager vergunning verleend.
3. In afwijking van het tweede lid vindt veiling plaats indien voor de kavels, bedoeld in artikel 3, onder c en d, slechts één van de aanvragers, bedoeld in het eerste lid, zijn belangstelling heeft opgegeven en tevens één van de andere aanvragers, bedoeld in het eerste lid, zijn belangstelling heeft opgegeven voor de kavel, bedoeld in artikel 3, onder f.
4. Indien in het geval van het tweede lid de desbetreffende aanvrager als enige zijn belangstelling heeft aangegeven voor meer kavels dan hij op grond van artikel 7, tweede lid, kan verwerven, wordt aan hem de keuze voorgelegd welke van deze kavels hij wenst te verwerven.
5. Indien voor een kavel als bedoeld in artikel 3meer dan één van de aanvragers, bedoeld in het eerste lid, zijn belangstelling heeft opgegeven, vindt met betrekking tot die kavel veiling plaats waaraan alle aanvragers, bedoeld in het eerste lid, die voor die kavel hun belangstelling hebben aangegeven, deelnemen.
2. Indien voor een kavel als bedoeld in artikel 3slechts één van de aanvragers, bedoeld in het eerste lid, zijn belangstelling heeft opgegeven, vindt veiling van die kavel niet plaats en wordt met betrekking tot die kavel aan de desbetreffende aanvrager vergunning verleend.
3. In afwijking van het tweede lid vindt veiling plaats indien voor de kavels, bedoeld in artikel 3, onder c en d, slechts één van de aanvragers, bedoeld in het eerste lid, zijn belangstelling heeft opgegeven en tevens één van de andere aanvragers, bedoeld in het eerste lid, zijn belangstelling heeft opgegeven voor de kavel, bedoeld in artikel 3, onder f.
4. Indien in het geval van het tweede lid de desbetreffende aanvrager als enige zijn belangstelling heeft aangegeven voor meer kavels dan hij op grond van artikel 7, tweede lid, kan verwerven, wordt aan hem de keuze voorgelegd welke van deze kavels hij wenst te verwerven.
5. Indien voor een kavel als bedoeld in artikel 3meer dan één van de aanvragers, bedoeld in het eerste lid, zijn belangstelling heeft opgegeven, vindt met betrekking tot die kavel veiling plaats waaraan alle aanvragers, bedoeld in het eerste lid, die voor die kavel hun belangstelling hebben aangegeven, deelnemen.