BWBR0017843
Geldig vanaf 2022-04-22
Artikel 3d
Besluit inhoud bestuursverslag
1. De vennootschap doet mededeling over:
a. het aantal mannen en vrouwen dat aan het eind van het boekjaar deel uitmaakt van het bestuur en de raad van commissarissen, alsmede van de nader door de vennootschap te bepalen categorieën werknemers in leidinggevende functies;
b. de doelen in de vorm van een streefcijfer als bedoeld in de artikelen 166 lid 2 en 276 lid 2 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
c. het plan, bedoeld in de artikelen 166 lid 3 en 276 lid 3 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, om deze doelen te bereiken; en
d. als één of meer doelen niet zijn bereikt, de redenen daarvoor.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op:
a. een tot een groep behorende vennootschap, mits de vennootschap die aan het hoofd staat van de groep in plaats van de groepsmaatschappij aan de uit het eerste lid voortvloeiende verplichtingen uitvoering geeft, al dan niet voor de betreffende groepsmaatschappijen gezamenlijk;
b. de raad van commissarissen dan wel de niet-uitvoerende bestuurders, indien artikel 142b, leden 2 en 3, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing is.
3. Dit artikel vervalt met ingang van 1 januari 2030.
a. het aantal mannen en vrouwen dat aan het eind van het boekjaar deel uitmaakt van het bestuur en de raad van commissarissen, alsmede van de nader door de vennootschap te bepalen categorieën werknemers in leidinggevende functies;
b. de doelen in de vorm van een streefcijfer als bedoeld in de artikelen 166 lid 2 en 276 lid 2 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
c. het plan, bedoeld in de artikelen 166 lid 3 en 276 lid 3 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, om deze doelen te bereiken; en
d. als één of meer doelen niet zijn bereikt, de redenen daarvoor.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op:
a. een tot een groep behorende vennootschap, mits de vennootschap die aan het hoofd staat van de groep in plaats van de groepsmaatschappij aan de uit het eerste lid voortvloeiende verplichtingen uitvoering geeft, al dan niet voor de betreffende groepsmaatschappijen gezamenlijk;
b. de raad van commissarissen dan wel de niet-uitvoerende bestuurders, indien artikel 142b, leden 2 en 3, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing is.
3. Dit artikel vervalt met ingang van 1 januari 2030.