BWBR0017834
Geldig vanaf 2005-01-01
Artikel 6
Besluit mandaat en machtiging ProRail Spoorwegwet
1. Aan de Voorzitter van de Raad van Bestuur van ProRail B.V. wordt mandaat verleend om met betrekking tot elk besluit in eerste aanleg dat op grond van dit besluit is genomen namens de Minister van Verkeer en Waterstaat, beslissingen op bezwaar te nemen, voorzover het besluit waartegen het bezwaar zich richt niet door hem in mandaat is genomen.
2. De Voorzitter van de Raad van Bestuur van ProRail B.V. kan van het in het eerste lid aan hem verleende mandaat ondermandaat verlenen aan één of meerdere onder hem ressorterende functionarissen, voorzover het besluit waartegen het bezwaar zich richt niet door dezelfde functionaris is genomen.
3. Aan de Voorzitter van de Raad van Bestuur van ProRail B.V. wordt tevens een machtiging verleend om ter voorbereiding van de in het eerste lid bedoelde besluiten alle benodigde werkzaamheden te verrichten.
4. De Voorzitter van de Raad van Bestuur van ProRail B.V. kan de in het derde lid verleende machtiging verlenen aan één of meerdere onder hem ressorterende functionarissen.
2. De Voorzitter van de Raad van Bestuur van ProRail B.V. kan van het in het eerste lid aan hem verleende mandaat ondermandaat verlenen aan één of meerdere onder hem ressorterende functionarissen, voorzover het besluit waartegen het bezwaar zich richt niet door dezelfde functionaris is genomen.
3. Aan de Voorzitter van de Raad van Bestuur van ProRail B.V. wordt tevens een machtiging verleend om ter voorbereiding van de in het eerste lid bedoelde besluiten alle benodigde werkzaamheden te verrichten.
4. De Voorzitter van de Raad van Bestuur van ProRail B.V. kan de in het derde lid verleende machtiging verlenen aan één of meerdere onder hem ressorterende functionarissen.