BWBR0017831
Geldig vanaf 2005-02-08
Artikel 5
Besluit kwaliteitseisen ziekenhuisbloedbanken
1. Teneinde bloed en bloedbestanddelen die worden opgeslagen, getest of gedistribueerd, van de donor tot de ontvanger en omgekeerd te kunnen traceren, past de zorgaanbieder in de ziekenhuisbloedbank een systeem toe voor het identificeren van iedere bloeddonatie en iedere afzonderlijke bloedeenheid en de bestanddelen daarvan. Het systeem moet elke unieke donatie en elk uniek type bloedbestanddeel ondubbelzinnig identificeren. Het systeem wordt tot stand gebracht overeenkomstig de voorschriften, bedoeld in artikel 29, onder a, van Richtlijn 2002/98/EGvan het Europees Parlement en de Raad van 27 januari 2003 tot vaststelling van kwaliteits- en veiligheidsnormen voor het inzamelen, testen, bewerken, opslaan en distribueren van bloed en bloedbestanddelen van menselijke oorsprong en tot wijziging van Richtlijn 2001/83/EGvan de Raad (PbEU L 33).
2. Ten aanzien van bloed en bloedbestanddelen die uit derde landen zijn ingevoerd, past de zorgaanbieder in de ziekenhuisbloedbank een donoridentificatiesysteem toe dat een gelijke mate van traceerbaarheid mogelijk maakt.
3. Het systeem dat de zorgaanbieder gebruikt voor het etiketteren van bloed en bloedbestanddelen die in het kader van de ziekenhuisbloedbank worden opgeslagen of gedistribueerd, voldoet aan het in het eerste lid bedoelde identificatiesysteem en de in de bijlagebij dit besluit opgenomen etiketteringsvoorschriften.
4. Gegevens die noodzakelijk zijn voor volledige traceerbaarheid overeenkomstig dit artikel, worden ten minste 30 jaar bewaard.
2. Ten aanzien van bloed en bloedbestanddelen die uit derde landen zijn ingevoerd, past de zorgaanbieder in de ziekenhuisbloedbank een donoridentificatiesysteem toe dat een gelijke mate van traceerbaarheid mogelijk maakt.
3. Het systeem dat de zorgaanbieder gebruikt voor het etiketteren van bloed en bloedbestanddelen die in het kader van de ziekenhuisbloedbank worden opgeslagen of gedistribueerd, voldoet aan het in het eerste lid bedoelde identificatiesysteem en de in de bijlagebij dit besluit opgenomen etiketteringsvoorschriften.
4. Gegevens die noodzakelijk zijn voor volledige traceerbaarheid overeenkomstig dit artikel, worden ten minste 30 jaar bewaard.