BWBR0017822
Geldig vanaf 2005-01-01
Artikel 24
Regeling tarieven luchtvaart 2005
1. Voor de behandeling van een aanvraag om ontheffing te verlenen van het verbod als bedoeld in:
a. artikel 3.8, eerste lid van de Wet luchtvaart om de luchtvaart uit te oefenen met een luchtvaartuig, dat niet luchtwaardig is of niet is voorzien van een geldig bewijs van luchtwaardigheid is een vast tarief verschuldigd van € 100;
b. artikel 14, eerste lid van de Luchtvaartwet om met een luchtvaartuig van of op een niet als luchtvaartterrein aangewezen terrein op te stijgen of te landen of dit terrein in te richten voor het opstijgen of landen van luchtvaartuigen is een vast tarief verschuldigd van € 279;
c. artikel 16d, van de Luchtvaartwet om luchtvervoer te mogen uitvoeren zonder vergunning is een vast tarief verschuldigd van € 580;
d. artikel 31, eerste lid van de Luchtvaartwet om bouwwerken of roerende zaken op een luchtvaartterrein op te richten of te hebben, of om graafwerkzaamheden te verrichten, is een vast tarief verschuldigd van € 580;
e. artikel 33, eerste lid van de Luchtvaartwet om een luchtvaartterrein te gebruiken in strijd met de bepalingen en voorwaarden zoals deze bij de aanwijzing zijn gesteld, is een vast tarief verschuldigd van € 580;
f. de bij of krachtens titel 6.5 van de Wet luchtvaart gegeven regels inzake het vervoer van gevaarlijke stoffen of een wijziging van zulk een ontheffing als bedoeld in artikel 6.58, eerste respectievelijk zesde lid, van de Wet luchtvaart is een vast tarief verschuldigd van € 580;
g. artikel 8.12 van de Wet luchtvaart om objecten op te richten of te plaatsen waarvoor geen bouwvergunning of aanlegvergunning is vereist, is een vast tarief verschuldigd van € 580.
2. Voor de behandeling van een aanvraag voor de afgifte van een vergunning voor het houden van een luchtvaartvertoning of een luchtvaartwedstrijd, ingevolge artikel 17 van de Luchtvaartwet, is een vast tarief verschuldigd van € 540.
a. artikel 3.8, eerste lid van de Wet luchtvaart om de luchtvaart uit te oefenen met een luchtvaartuig, dat niet luchtwaardig is of niet is voorzien van een geldig bewijs van luchtwaardigheid is een vast tarief verschuldigd van € 100;
b. artikel 14, eerste lid van de Luchtvaartwet om met een luchtvaartuig van of op een niet als luchtvaartterrein aangewezen terrein op te stijgen of te landen of dit terrein in te richten voor het opstijgen of landen van luchtvaartuigen is een vast tarief verschuldigd van € 279;
c. artikel 16d, van de Luchtvaartwet om luchtvervoer te mogen uitvoeren zonder vergunning is een vast tarief verschuldigd van € 580;
d. artikel 31, eerste lid van de Luchtvaartwet om bouwwerken of roerende zaken op een luchtvaartterrein op te richten of te hebben, of om graafwerkzaamheden te verrichten, is een vast tarief verschuldigd van € 580;
e. artikel 33, eerste lid van de Luchtvaartwet om een luchtvaartterrein te gebruiken in strijd met de bepalingen en voorwaarden zoals deze bij de aanwijzing zijn gesteld, is een vast tarief verschuldigd van € 580;
f. de bij of krachtens titel 6.5 van de Wet luchtvaart gegeven regels inzake het vervoer van gevaarlijke stoffen of een wijziging van zulk een ontheffing als bedoeld in artikel 6.58, eerste respectievelijk zesde lid, van de Wet luchtvaart is een vast tarief verschuldigd van € 580;
g. artikel 8.12 van de Wet luchtvaart om objecten op te richten of te plaatsen waarvoor geen bouwvergunning of aanlegvergunning is vereist, is een vast tarief verschuldigd van € 580.
2. Voor de behandeling van een aanvraag voor de afgifte van een vergunning voor het houden van een luchtvaartvertoning of een luchtvaartwedstrijd, ingevolge artikel 17 van de Luchtvaartwet, is een vast tarief verschuldigd van € 540.