BWBR0017761
Geldig vanaf 2004-12-26
Artikel 5
Instellingsbesluit Rijksbrede Commissie Beoordeling Meerjarenontwikkelingsprogramma’s Grotestedenbeleid
1. De commissie bestaat uit:
a. een lid, dat fungeert als voorzitter, aan te wijzen door de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties;
b. een lid aan te wijzen door de Minister van Justitie;
c. een lid aan te wijzen door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
d. een lid aan te wijzen door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
e. een lid aan te wijzen door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
f. een lid aan te wijzen door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
g. een lid aan te wijzen door de Minister van Economische Zaken;
h. een lid aan te wijzen door de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, en
i. een per programma wisselend door de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties aan te wijzen lid.
2. Het secretariaat van de commissie berust bij het Directoraat-Generaal Koninkrijksrelaties en Bestuur.
a. een lid, dat fungeert als voorzitter, aan te wijzen door de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties;
b. een lid aan te wijzen door de Minister van Justitie;
c. een lid aan te wijzen door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
d. een lid aan te wijzen door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
e. een lid aan te wijzen door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
f. een lid aan te wijzen door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
g. een lid aan te wijzen door de Minister van Economische Zaken;
h. een lid aan te wijzen door de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, en
i. een per programma wisselend door de Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties aan te wijzen lid.
2. Het secretariaat van de commissie berust bij het Directoraat-Generaal Koninkrijksrelaties en Bestuur.