BWBR0017755
Geldig vanaf 2005-01-28
Artikel 4
Subsidieregeling duale opleidingstrajecten onderwijsfuncties BVE-sector 2004
1. Voor de tegemoetkomingen die op grond van deze regeling worden verleend is een bedrag van maximaal € 2.800.000,- beschikbaar.
2. In afwijking van het eerste lid is voor de tegemoetkomingen die op grond van deze regeling worden verleend aan de agrarische opleidingscentra, bedoeld in artikel 1.3.3 van de wet, en de agrarische innovatie- en praktijkcentra, als bedoeld in artikel 1.3.4 van de wet, een bedrag beschikbaar van maximaal € 138.000,-.
3. De minister verdeelt de beschikbare bedragen, bedoeld in het eerste en tweede lid, volgens de navolgende prioriteitsvolgorde:
a. aanvragen met betrekking tot didactische cursussen BVE,
b. aanvragen met betrekking tot onderwijsassistent-BVE respectievelijk instructeur-BVE,
c. aanvragen met betrekking tot duale opleidingstrajecten voor onderwijsfuncties in de economische en technische vakken,
d. aanvragen met betrekking tot duale opleidingstrajecten voor onderwijsfuncties waarvan het bevoegd gezag aannemelijk maakt dat het vacatures in deze vakken moeilijk kan vervullen,
e. aanvragen met betrekking tot duale opleidingstrajecten voor een kwalificatie voor een onderwijsfunctie.
4. Indien het totaalbedrag van de aanvragen hoger is dan de beschikbare bedragen, bedoeld in het eerste en tweede lid, kan de minister, met inachtneming van de prioriteitsvolgorde van het derde lid, besluiten aanvragen voor een gedeelte te honoreren.
5. Omtrent de verdeling van de tegemoetkoming brengt de Bve Raad advies uit. De minister besluit overeenkomstig het advies van de Bve Raad.
2. In afwijking van het eerste lid is voor de tegemoetkomingen die op grond van deze regeling worden verleend aan de agrarische opleidingscentra, bedoeld in artikel 1.3.3 van de wet, en de agrarische innovatie- en praktijkcentra, als bedoeld in artikel 1.3.4 van de wet, een bedrag beschikbaar van maximaal € 138.000,-.
3. De minister verdeelt de beschikbare bedragen, bedoeld in het eerste en tweede lid, volgens de navolgende prioriteitsvolgorde:
a. aanvragen met betrekking tot didactische cursussen BVE,
b. aanvragen met betrekking tot onderwijsassistent-BVE respectievelijk instructeur-BVE,
c. aanvragen met betrekking tot duale opleidingstrajecten voor onderwijsfuncties in de economische en technische vakken,
d. aanvragen met betrekking tot duale opleidingstrajecten voor onderwijsfuncties waarvan het bevoegd gezag aannemelijk maakt dat het vacatures in deze vakken moeilijk kan vervullen,
e. aanvragen met betrekking tot duale opleidingstrajecten voor een kwalificatie voor een onderwijsfunctie.
4. Indien het totaalbedrag van de aanvragen hoger is dan de beschikbare bedragen, bedoeld in het eerste en tweede lid, kan de minister, met inachtneming van de prioriteitsvolgorde van het derde lid, besluiten aanvragen voor een gedeelte te honoreren.
5. Omtrent de verdeling van de tegemoetkoming brengt de Bve Raad advies uit. De minister besluit overeenkomstig het advies van de Bve Raad.