BWBR0017744
Geldig vanaf 2005-01-01
Artikel 6
Bijdragenregeling LRD
1. Voor de berekening van de bijdrage wordt een staffel gehanteerd, waarbij de gebruikers, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder c, in een klasse worden ingedeeld op basis van het verwachte aantal bevragingen per gebruiker, bedoeld in artikel 5.
2. De staffel is als volgt samengesteld:
a. klasse A, tot 5.000 vragen per jaar;
b. klasse B, 5.000 tot 25.000 vragen per jaar;
c. klasse C, 25.000 tot 100.000 vragen per jaar;
d. klasse D, 100.000 vragen of meer per jaar.
3. De verdeling van de gezamenlijke bijdragen van de gebruikers, bedoeld in artikel 4, tweede lid, over de verschillende klassen, wordt bepaald door het bedrag van de gezamenlijke bijdragen te delen door het verwachte totaal aantal bevragingen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder e, en de uitkomst daarvan te vermenigvuldigen met het aantal bevragingen in een klasse.
4. De bijdrage per gebruiker wordt bepaald door het bedrag van de gezamenlijke bijdrage van de gebruikers in een klasse, zoals dat ingevolge het derde lid is berekend, te delen door het aantal gebruikers in die klasse.
5. De minister deelt uiterlijk 1 november van elk jaar aan de gebruikers mede in welke klasse zij zijn ingedeeld en welke bijdrage per gebruiker daaraan verbonden is. Bij de mededeling is een toelichting gevoegd.
6. De ingevolge het vijfde lid verschuldigde bijdrage wordt door het agentschap BPR aan de gebruiker gefactureerd in het eerste kwartaal van het jaar waarop de bijdrage betrekking heeft.
2. De staffel is als volgt samengesteld:
a. klasse A, tot 5.000 vragen per jaar;
b. klasse B, 5.000 tot 25.000 vragen per jaar;
c. klasse C, 25.000 tot 100.000 vragen per jaar;
d. klasse D, 100.000 vragen of meer per jaar.
3. De verdeling van de gezamenlijke bijdragen van de gebruikers, bedoeld in artikel 4, tweede lid, over de verschillende klassen, wordt bepaald door het bedrag van de gezamenlijke bijdragen te delen door het verwachte totaal aantal bevragingen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder e, en de uitkomst daarvan te vermenigvuldigen met het aantal bevragingen in een klasse.
4. De bijdrage per gebruiker wordt bepaald door het bedrag van de gezamenlijke bijdrage van de gebruikers in een klasse, zoals dat ingevolge het derde lid is berekend, te delen door het aantal gebruikers in die klasse.
5. De minister deelt uiterlijk 1 november van elk jaar aan de gebruikers mede in welke klasse zij zijn ingedeeld en welke bijdrage per gebruiker daaraan verbonden is. Bij de mededeling is een toelichting gevoegd.
6. De ingevolge het vijfde lid verschuldigde bijdrage wordt door het agentschap BPR aan de gebruiker gefactureerd in het eerste kwartaal van het jaar waarop de bijdrage betrekking heeft.