BWBR0017677
Geldig vanaf 2004-12-23
Artikel 2
VROM intrekkingsregeling 2004
Op het gebied van Ruimte worden de volgende regelingen en beschikkingen ingetrokken:
A. Op grond van de Wet op de Ruimtelijke Ordening: 1°. Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 18 januari 2001, nr. FEA2061, tot vaststelling van het subsidieplafond voor 2001 op grond van artikel 50a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (Stcrt. 2001, 13);
2°. Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 28 december 2001, nr. FEA3239, tot vaststelling van het subsidieplafond voor 2002 op grond van artikel 50a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (Stcrt. 2001, 250);
3°. Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 28 maart 2003, nr. SB&C3239, tot vaststelling van het subsidieplafond voor 2003 op grond van artikel 50a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (Stcrt. 2003, 67);
4°. Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 14 april 2003, nr. SB&C3240, tot vaststelling van het subsidieplafond voor 2003 op grond van artikel 50a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening voor het programma Interreg III (Stcrt. 2003, 84), en
5°. Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 25 oktober 1994, nr. M414, als bedoeld in artikel 26 Luchtvaartwet juncto artikel 37 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, houdende aanwijzingen ten behoeve van de aanpassingen van de bestemmingsplannen binnen de geluidszones van het luchtvaartterrein Maastricht (Stcrt. 1994, 227).
1°. Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 18 januari 2001, nr. FEA2061, tot vaststelling van het subsidieplafond voor 2001 op grond van artikel 50a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (Stcrt. 2001, 13);
2°. Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 28 december 2001, nr. FEA3239, tot vaststelling van het subsidieplafond voor 2002 op grond van artikel 50a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (Stcrt. 2001, 250);
3°. Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 28 maart 2003, nr. SB&C3239, tot vaststelling van het subsidieplafond voor 2003 op grond van artikel 50a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (Stcrt. 2003, 67);
4°. Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 14 april 2003, nr. SB&C3240, tot vaststelling van het subsidieplafond voor 2003 op grond van artikel 50a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening voor het programma Interreg III (Stcrt. 2003, 84), en
5°. Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 25 oktober 1994, nr. M414, als bedoeld in artikel 26 Luchtvaartwet juncto artikel 37 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, houdende aanwijzingen ten behoeve van de aanpassingen van de bestemmingsplannen binnen de geluidszones van het luchtvaartterrein Maastricht (Stcrt. 1994, 227).
A. Op grond van de Wet op de Ruimtelijke Ordening: 1°. Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 18 januari 2001, nr. FEA2061, tot vaststelling van het subsidieplafond voor 2001 op grond van artikel 50a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (Stcrt. 2001, 13);
2°. Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 28 december 2001, nr. FEA3239, tot vaststelling van het subsidieplafond voor 2002 op grond van artikel 50a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (Stcrt. 2001, 250);
3°. Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 28 maart 2003, nr. SB&C3239, tot vaststelling van het subsidieplafond voor 2003 op grond van artikel 50a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (Stcrt. 2003, 67);
4°. Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 14 april 2003, nr. SB&C3240, tot vaststelling van het subsidieplafond voor 2003 op grond van artikel 50a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening voor het programma Interreg III (Stcrt. 2003, 84), en
5°. Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 25 oktober 1994, nr. M414, als bedoeld in artikel 26 Luchtvaartwet juncto artikel 37 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, houdende aanwijzingen ten behoeve van de aanpassingen van de bestemmingsplannen binnen de geluidszones van het luchtvaartterrein Maastricht (Stcrt. 1994, 227).
1°. Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 18 januari 2001, nr. FEA2061, tot vaststelling van het subsidieplafond voor 2001 op grond van artikel 50a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (Stcrt. 2001, 13);
2°. Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 28 december 2001, nr. FEA3239, tot vaststelling van het subsidieplafond voor 2002 op grond van artikel 50a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (Stcrt. 2001, 250);
3°. Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 28 maart 2003, nr. SB&C3239, tot vaststelling van het subsidieplafond voor 2003 op grond van artikel 50a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (Stcrt. 2003, 67);
4°. Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 14 april 2003, nr. SB&C3240, tot vaststelling van het subsidieplafond voor 2003 op grond van artikel 50a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening voor het programma Interreg III (Stcrt. 2003, 84), en
5°. Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 25 oktober 1994, nr. M414, als bedoeld in artikel 26 Luchtvaartwet juncto artikel 37 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, houdende aanwijzingen ten behoeve van de aanpassingen van de bestemmingsplannen binnen de geluidszones van het luchtvaartterrein Maastricht (Stcrt. 1994, 227).