BWBR0017646
Geldig vanaf 2005-01-01
Artikel 7
Tijdelijke regeling inkomensgevolgen herbeoordeelde arbeidsongeschikten
1. In de middelen tot dekking van de uitgaven verbonden aan deze regeling wordt voorzien door het Rijk.
2. De middelen worden ter beschikking gesteld aan het UWV via de rekening-courant bij de Minister van Financiën, die het UWV op grond van artikel 120, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringenaanhoudt.
3. Artikel 49 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomenen artikel 120, derde lid, van de Wet financiering sociale verzekeringenzijn van overeenkomstige toepassing bij de uitvoering van deze regeling.
4. Het UWV beheert en administreert afzonderlijk de middelen, bedoeld in het eerste lid.
5. Met inachtneming van het zesde, zevende en achtste lid brengt het UWV de uitgaven voor de tegemoetkomingen en de uitvoeringskosten in rekening bij de Minister.
6. Op de zesde dag van elke maand verstrekt het UWV aan de Minister een opgave van:
a. overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlage 1, het totaalbedrag aan geraamde uitgaven in die maand voor de tegemoetkomingen op grond van deze regeling inclusief de op grond van enige wet over de tegemoetkomingen door het UWV verschuldigde premies die niet op deze tegemoetkomingen in mindering kunnen worden gebracht en de uitgaven en ontvangsten die betrekking hebben op wettelijke rente, proceskosten en rentelasten, en
b. overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlage 2, het totaalbedrag aan gerealiseerde uitgaven over de maand gelegen twee maanden voor die maand, aan tegemoetkomingen op grond van deze regeling inclusief de op grond van enige wet over de tegemoetkomingen door het UWV verschuldigde premies die niet op deze tegemoetkomingen in mindering kunnen worden gebracht en de uitgaven en ontvangsten die betrekking hebben op wettelijke rente, proceskosten en rentelasten.
7. In het jaarplan met begroting verstrekt het UWV elk jaar aan de Minister een opgave van het totaalbedrag aan geraamde uitvoeringskosten op grond van deze regeling in het komende jaar.
8. Indien de in het zesde of zevende lid bedoelde dag een zaterdag, zondag of een algemeen erkende feestdag is, vindt de verstrekking plaats op de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of een algemeen erkende feestdag is.
9. Met als valutadag de elfde dag van elke maand draagt de Minister in die maand via de rekening-courant bij de Minister van Financiën af aan het UWV:
a. het bedrag van de geraamde uitgaven voor de tegemoetkomingen op grond van deze regeling inclusief de op grond van enige wet over de tegemoetkomingen door het UWV verschuldigde premies die niet op deze tegemoetkomingen in mindering kunnen worden gebracht en de uitgaven en ontvangsten die betrekking hebben op wettelijke rente, proceskosten en rentelasten, en
b. ééntwaalfde van het bedrag aan geraamde uitvoeringskosten per jaar.
De Minister kan, na overleg met het UWV, van deze bedragen afwijken.
10. Met als valutadag de elfde dag van elke maand verrekent de Minister het verschil tussen de gerealiseerde uitgaven en de geraamde uitgaven voor de tegemoetkomingen op grond van deze regeling inclusief de op grond van enige wet over de tegemoetkomingen door het UWV verschuldigde premies die niet op deze tegemoetkomingen in mindering kunnen worden gebracht en de uitgaven en ontvangsten die betrekking hebben op wettelijke rente, proceskosten en rentelasten, in de maand gelegen twee maanden voor die bedoeld in het negende lid, met het bedrag, bedoeld in het negende lid, onderdeel a.
11. Artikel 16, eerste lid, van de Algemene Regeling SZW-subsidiesis niet van toepassing op verstrekking van tegemoetkomingen krachtens deze regeling.
12. Uiterlijk op 1 juni dient het UWV de afrekening van de tegemoetkomingen op grond van deze regeling en van de uitvoeringskosten over het afgelopen kalenderjaar bij de Minister in.
13. In de afrekening, bedoeld in het dertiende lid, wordt, op basis van de jaarrekening, bedoeld in artikel 49 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, de kasstroom inzichtelijk gemaakt, en deze wordt afzonderlijk vermeld voor de tegemoetkomingen op grond van deze regeling inclusief de op grond van enige wet over de tegemoetkomingen door het UWV verschuldigde premies die niet op deze tegemoetkomingen in mindering kunnen worden gebracht en de uitgaven en ontvangsten die betrekking hebben op wettelijke rente, proceskosten en rentelasten alsmede voor de uitvoeringskosten verbonden aan de uitvoering van deze regeling.
14. Op grond van de afrekening, bedoeld in het dertiende lid, vindt voor 15 juli een betaling plaats ten gunste of ten laste van het UWV.
15. De Minister stelt jaarlijks voor 31 oktober de omvang van de middelen tot dekking van de uitgaven ter uitvoering van deze regeling vast, gespecificeerd overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlage 2.
2. De middelen worden ter beschikking gesteld aan het UWV via de rekening-courant bij de Minister van Financiën, die het UWV op grond van artikel 120, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringenaanhoudt.
3. Artikel 49 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomenen artikel 120, derde lid, van de Wet financiering sociale verzekeringenzijn van overeenkomstige toepassing bij de uitvoering van deze regeling.
4. Het UWV beheert en administreert afzonderlijk de middelen, bedoeld in het eerste lid.
5. Met inachtneming van het zesde, zevende en achtste lid brengt het UWV de uitgaven voor de tegemoetkomingen en de uitvoeringskosten in rekening bij de Minister.
6. Op de zesde dag van elke maand verstrekt het UWV aan de Minister een opgave van:
a. overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlage 1, het totaalbedrag aan geraamde uitgaven in die maand voor de tegemoetkomingen op grond van deze regeling inclusief de op grond van enige wet over de tegemoetkomingen door het UWV verschuldigde premies die niet op deze tegemoetkomingen in mindering kunnen worden gebracht en de uitgaven en ontvangsten die betrekking hebben op wettelijke rente, proceskosten en rentelasten, en
b. overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlage 2, het totaalbedrag aan gerealiseerde uitgaven over de maand gelegen twee maanden voor die maand, aan tegemoetkomingen op grond van deze regeling inclusief de op grond van enige wet over de tegemoetkomingen door het UWV verschuldigde premies die niet op deze tegemoetkomingen in mindering kunnen worden gebracht en de uitgaven en ontvangsten die betrekking hebben op wettelijke rente, proceskosten en rentelasten.
7. In het jaarplan met begroting verstrekt het UWV elk jaar aan de Minister een opgave van het totaalbedrag aan geraamde uitvoeringskosten op grond van deze regeling in het komende jaar.
8. Indien de in het zesde of zevende lid bedoelde dag een zaterdag, zondag of een algemeen erkende feestdag is, vindt de verstrekking plaats op de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of een algemeen erkende feestdag is.
9. Met als valutadag de elfde dag van elke maand draagt de Minister in die maand via de rekening-courant bij de Minister van Financiën af aan het UWV:
a. het bedrag van de geraamde uitgaven voor de tegemoetkomingen op grond van deze regeling inclusief de op grond van enige wet over de tegemoetkomingen door het UWV verschuldigde premies die niet op deze tegemoetkomingen in mindering kunnen worden gebracht en de uitgaven en ontvangsten die betrekking hebben op wettelijke rente, proceskosten en rentelasten, en
b. ééntwaalfde van het bedrag aan geraamde uitvoeringskosten per jaar.
De Minister kan, na overleg met het UWV, van deze bedragen afwijken.
10. Met als valutadag de elfde dag van elke maand verrekent de Minister het verschil tussen de gerealiseerde uitgaven en de geraamde uitgaven voor de tegemoetkomingen op grond van deze regeling inclusief de op grond van enige wet over de tegemoetkomingen door het UWV verschuldigde premies die niet op deze tegemoetkomingen in mindering kunnen worden gebracht en de uitgaven en ontvangsten die betrekking hebben op wettelijke rente, proceskosten en rentelasten, in de maand gelegen twee maanden voor die bedoeld in het negende lid, met het bedrag, bedoeld in het negende lid, onderdeel a.
11. Artikel 16, eerste lid, van de Algemene Regeling SZW-subsidiesis niet van toepassing op verstrekking van tegemoetkomingen krachtens deze regeling.
12. Uiterlijk op 1 juni dient het UWV de afrekening van de tegemoetkomingen op grond van deze regeling en van de uitvoeringskosten over het afgelopen kalenderjaar bij de Minister in.
13. In de afrekening, bedoeld in het dertiende lid, wordt, op basis van de jaarrekening, bedoeld in artikel 49 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, de kasstroom inzichtelijk gemaakt, en deze wordt afzonderlijk vermeld voor de tegemoetkomingen op grond van deze regeling inclusief de op grond van enige wet over de tegemoetkomingen door het UWV verschuldigde premies die niet op deze tegemoetkomingen in mindering kunnen worden gebracht en de uitgaven en ontvangsten die betrekking hebben op wettelijke rente, proceskosten en rentelasten alsmede voor de uitvoeringskosten verbonden aan de uitvoering van deze regeling.
14. Op grond van de afrekening, bedoeld in het dertiende lid, vindt voor 15 juli een betaling plaats ten gunste of ten laste van het UWV.
15. De Minister stelt jaarlijks voor 31 oktober de omvang van de middelen tot dekking van de uitgaven ter uitvoering van deze regeling vast, gespecificeerd overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlage 2.