BWBR0017609
Geldig vanaf 2004-12-12
Artikel 3
Instellingsbesluit Regiegroep Grijs Werkt
De regiegroep heeft tot taak:
a. het initiëren van en het leiding geven aan een communicatietraject, dat erop gericht is: 1°. de betrokken maatschappelijke geledingen te overtuigen van nut en noodzaak van de arbeidsparticipatie van ouderen;
2°. vooroordelen met betrekking tot de arbeidsparticipatie van ouderen weg te nemen;
3°. goede voorbeelden met betrekking tot de arbeidsparticipatie van ouderen teverspreiden en de inbedding daarvan te bevorderen, zodat werknemers in staat worden gesteld langer te blijven werken; en
4°. voorlichting te geven over de bestaande mogelijkheden tot arbeidsparticipatie van ouderen, waar onder begrepen voorlichting over de terzake bestaande regelgeving;
1°. de betrokken maatschappelijke geledingen te overtuigen van nut en noodzaak van de arbeidsparticipatie van ouderen;
2°. vooroordelen met betrekking tot de arbeidsparticipatie van ouderen weg te nemen;
3°. goede voorbeelden met betrekking tot de arbeidsparticipatie van ouderen teverspreiden en de inbedding daarvan te bevorderen, zodat werknemers in staat worden gesteld langer te blijven werken; en
4°. voorlichting te geven over de bestaande mogelijkheden tot arbeidsparticipatie van ouderen, waar onder begrepen voorlichting over de terzake bestaande regelgeving;
b. te bewerkstelligen dat afspraken met en tussen sociale partners tot stand komen met betrekking tot leeftijdsbewust personeelsbeleid, deeltijdpensioen, scholing van ouderen, de arbeidsomstandigheden van ouderen of de arbeidsmobiliteit van ouderen; en
c. het monitoren en ondersteunen van activiteiten die voortvloeien uit het kabinetsstandpunt ‘Stimuleren langer werken van ouderen’ (Kamerstukken II, 2003/04, 27046, nr. 5).
a. het initiëren van en het leiding geven aan een communicatietraject, dat erop gericht is: 1°. de betrokken maatschappelijke geledingen te overtuigen van nut en noodzaak van de arbeidsparticipatie van ouderen;
2°. vooroordelen met betrekking tot de arbeidsparticipatie van ouderen weg te nemen;
3°. goede voorbeelden met betrekking tot de arbeidsparticipatie van ouderen teverspreiden en de inbedding daarvan te bevorderen, zodat werknemers in staat worden gesteld langer te blijven werken; en
4°. voorlichting te geven over de bestaande mogelijkheden tot arbeidsparticipatie van ouderen, waar onder begrepen voorlichting over de terzake bestaande regelgeving;
1°. de betrokken maatschappelijke geledingen te overtuigen van nut en noodzaak van de arbeidsparticipatie van ouderen;
2°. vooroordelen met betrekking tot de arbeidsparticipatie van ouderen weg te nemen;
3°. goede voorbeelden met betrekking tot de arbeidsparticipatie van ouderen teverspreiden en de inbedding daarvan te bevorderen, zodat werknemers in staat worden gesteld langer te blijven werken; en
4°. voorlichting te geven over de bestaande mogelijkheden tot arbeidsparticipatie van ouderen, waar onder begrepen voorlichting over de terzake bestaande regelgeving;
b. te bewerkstelligen dat afspraken met en tussen sociale partners tot stand komen met betrekking tot leeftijdsbewust personeelsbeleid, deeltijdpensioen, scholing van ouderen, de arbeidsomstandigheden van ouderen of de arbeidsmobiliteit van ouderen; en
c. het monitoren en ondersteunen van activiteiten die voortvloeien uit het kabinetsstandpunt ‘Stimuleren langer werken van ouderen’ (Kamerstukken II, 2003/04, 27046, nr. 5).