BWBR0017589
Geldig vanaf 2005-01-01
Artikel 7
Subsidieregeling IPP
1. De aanvraag tot subsidievaststelling wordt uiterlijk 1 mei van het jaar na het boekjaar ingediend bij de minister.
2. De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van:
a. een schriftelijke verantwoording omtrent het verloop, de uitvoering en de resultaten van de activiteiten ingevolge het desbetreffende activiteitenprogramma, afgezet tegen de realisatie van de geraamde kosten en baten ingevolge artikel 4, tweede lid, onder c.;
b. de op het boekjaar betrekking hebbende jaarrekening, bedoeld in artikel 361, van Boek 2, van het Burgerlijk Wetboek;
c. het op het boekjaar betrekking hebbende jaarverslag, bedoeld in artikel 391, van Boek 2, van het Burgerlijk Wetboek, en
d. de accountantsverklaring, bedoeld in artikel 4:78, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
3. De subsidievaststelling geschiedt uiterlijk op 1 juli.
2. De aanvraag tot subsidievaststelling gaat vergezeld van:
a. een schriftelijke verantwoording omtrent het verloop, de uitvoering en de resultaten van de activiteiten ingevolge het desbetreffende activiteitenprogramma, afgezet tegen de realisatie van de geraamde kosten en baten ingevolge artikel 4, tweede lid, onder c.;
b. de op het boekjaar betrekking hebbende jaarrekening, bedoeld in artikel 361, van Boek 2, van het Burgerlijk Wetboek;
c. het op het boekjaar betrekking hebbende jaarverslag, bedoeld in artikel 391, van Boek 2, van het Burgerlijk Wetboek, en
d. de accountantsverklaring, bedoeld in artikel 4:78, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
3. De subsidievaststelling geschiedt uiterlijk op 1 juli.