BWBR0017567
Geldig vanaf 2004-12-10
Artikel 10
Regeling aanpassing bedragen landelijke gemiddelde personeelslast (gpl), schooljaar 2003 - 2004 en 2004 - 2005
1. Voor de directie bedraagt per 1 januari de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats voor:
a. schoolsoortgroep 1: € 69.249,18
b. schoolsoortgroep 2: € 82.649,46
c. schoolsoortgroep 3: € 81.767,26
d. schoolsoortgroep 4: € 79.425,91
2. De landelijke gemiddelde personeelslast voor de leraren wordt per school bepaald volgens de formule:
cf x ggl +c.
Daarbij is:
cf: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde coëfficiënt. Deze bedraagt per 1 januari 2005 voor: a. schoolsoortgroep 1: € 1.110,69
b. schoolsoortgroep 2: € 1.525,83
c. schoolsoortgroep 3: € 1.310,72
d. schoolsoortgroep 4: € 1.163,63
a. schoolsoortgroep 1: € 1.110,69
b. schoolsoortgroep 2: € 1.525,83
c. schoolsoortgroep 3: € 1.310,72
d. schoolsoortgroep 4: € 1.163,63
ggl: de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren als bedoeld in de publicatie van 27 februari 1998, VO/FB/1998/7449 (Gele katern 1998, 7) en van 10 augustus 1998, VO/FB/1998/30920 (Gele katern 1998, 18), en
c: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde vaste voet. Deze bedraagt per 1 januari 2005 voor: a. schoolsoortgroep 1: € 11.119,69
b. schoolsoortgroep 2: € 1.748,49
c. schoolsoortgroep 3: € 7.876,51
d. schoolsoortgroep 4: € 10.298,37
a. schoolsoortgroep 1: € 11.119,69
b. schoolsoortgroep 2: € 1.748,49
c. schoolsoortgroep 3: € 7.876,51
d. schoolsoortgroep 4: € 10.298,37
3. Voor het onderwijsondersteunend personeel bedraagt per 1 januari 2005 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats € 36.306,95, ongeacht de schoolsoortgroep.
a. schoolsoortgroep 1: € 69.249,18
b. schoolsoortgroep 2: € 82.649,46
c. schoolsoortgroep 3: € 81.767,26
d. schoolsoortgroep 4: € 79.425,91
2. De landelijke gemiddelde personeelslast voor de leraren wordt per school bepaald volgens de formule:
cf x ggl +c.
Daarbij is:
cf: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde coëfficiënt. Deze bedraagt per 1 januari 2005 voor: a. schoolsoortgroep 1: € 1.110,69
b. schoolsoortgroep 2: € 1.525,83
c. schoolsoortgroep 3: € 1.310,72
d. schoolsoortgroep 4: € 1.163,63
a. schoolsoortgroep 1: € 1.110,69
b. schoolsoortgroep 2: € 1.525,83
c. schoolsoortgroep 3: € 1.310,72
d. schoolsoortgroep 4: € 1.163,63
ggl: de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren als bedoeld in de publicatie van 27 februari 1998, VO/FB/1998/7449 (Gele katern 1998, 7) en van 10 augustus 1998, VO/FB/1998/30920 (Gele katern 1998, 18), en
c: de voor de schoolsoortgroep waartoe de school behoort vastgestelde vaste voet. Deze bedraagt per 1 januari 2005 voor: a. schoolsoortgroep 1: € 11.119,69
b. schoolsoortgroep 2: € 1.748,49
c. schoolsoortgroep 3: € 7.876,51
d. schoolsoortgroep 4: € 10.298,37
a. schoolsoortgroep 1: € 11.119,69
b. schoolsoortgroep 2: € 1.748,49
c. schoolsoortgroep 3: € 7.876,51
d. schoolsoortgroep 4: € 10.298,37
3. Voor het onderwijsondersteunend personeel bedraagt per 1 januari 2005 de landelijke gemiddelde personeelslast per formatieplaats € 36.306,95, ongeacht de schoolsoortgroep.