BWBR0017460
Geldig vanaf 2004-11-19
Artikel 3
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar parkeercontroleurs Amsterdam Airport Schiphol 2004
1. De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van feiten, strafbaar gesteld bij of krachtens:
a. de Wegenverkeerswet 1994; de toepassing van deze bevoegdheid dient zich te beperken tot stilstaand verkeer met uitzondering van de artikel 5, 6, 10, 60, 62 en 82 van het RVV 1990;
b. de artikelen 177, 179, 180, 184, 266, 267 en 435, onder ten vierde, van het Wetboek van Strafrecht;
c. de verordeningen en of Keuren voor zover betrokkene daarvoor door het bevoegde bestuursorgaan is aangewezen;
2. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van de luchthaven Schiphol.
a. de Wegenverkeerswet 1994; de toepassing van deze bevoegdheid dient zich te beperken tot stilstaand verkeer met uitzondering van de artikel 5, 6, 10, 60, 62 en 82 van het RVV 1990;
b. de artikelen 177, 179, 180, 184, 266, 267 en 435, onder ten vierde, van het Wetboek van Strafrecht;
c. de verordeningen en of Keuren voor zover betrokkene daarvoor door het bevoegde bestuursorgaan is aangewezen;
2. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van de luchthaven Schiphol.