BWBR0017372
Geldig vanaf 2004-11-07
Artikel 7
Tijdelijk protocol letselongevallen Defensie
1. De commissie van onderzoek bezoekt in beginsel zo spoedig mogelijk de plaats van het ongeval teneinde de toedracht van het ongeval te achterhalen.
2. Verklaringen van bij het ongeval betrokkenen en getuigen, alsmede eigen waarnemingen van de commissie worden schriftelijk vastgelegd.
3. De commissie streeft ernaar het onderzoek binnen acht weken na het tijdstip van het ongeval af te ronden.
4. Indien het onderzoek niet binnen acht weken kan worden afgerond, rapporteert de commissie in een tussenrapportage omtrent de voortgang van het onderzoek aan de Chef Defensiestaf alsmede aan de Tijdelijke Commissie Ongevallenonderzoek Defensie. De Chef Defensiestaf draagt zorg voor het informeren daaromtrent van de politieke en ambtelijke leiding alsmede het betrokken beleidsterrein en ziet toe op het onverwijld en adequaat informeren door het betrokken beleidsterrein in samenspraak met de Maatschappelijke Dienst Defensie van de nabestaanden van de bij het ongeval omgekomen persoon dan wel de bij het ongeval betrokken persoon of diens directe verwanten.
5. Indien de commissie tijdens haar onderzoek van het ongeval tot het oordeel komt dat veiligheidsbevorderende maatregelen noodzakelijk zijn, deelt zij dat mede aan het betrokken beleidsterrein.
2. Verklaringen van bij het ongeval betrokkenen en getuigen, alsmede eigen waarnemingen van de commissie worden schriftelijk vastgelegd.
3. De commissie streeft ernaar het onderzoek binnen acht weken na het tijdstip van het ongeval af te ronden.
4. Indien het onderzoek niet binnen acht weken kan worden afgerond, rapporteert de commissie in een tussenrapportage omtrent de voortgang van het onderzoek aan de Chef Defensiestaf alsmede aan de Tijdelijke Commissie Ongevallenonderzoek Defensie. De Chef Defensiestaf draagt zorg voor het informeren daaromtrent van de politieke en ambtelijke leiding alsmede het betrokken beleidsterrein en ziet toe op het onverwijld en adequaat informeren door het betrokken beleidsterrein in samenspraak met de Maatschappelijke Dienst Defensie van de nabestaanden van de bij het ongeval omgekomen persoon dan wel de bij het ongeval betrokken persoon of diens directe verwanten.
5. Indien de commissie tijdens haar onderzoek van het ongeval tot het oordeel komt dat veiligheidsbevorderende maatregelen noodzakelijk zijn, deelt zij dat mede aan het betrokken beleidsterrein.