BWBR0017363
Geldig vanaf 2004-10-31
Artikel 3
Uitvoeringsregeling EOS: demo
1. Het in artikel 3, eerste lid, van het besluitbedoelde maximale subsidiebedrag bedraagt per project € 1.000.000.
2. Het in artikel 3, vijfde lid, van het besluitbedoelde subsidiepercentage bedraagt 40% Van de projectkosten. Indien de ondernemer in de landbouwsector een kleine of een middelgrote onderneming in stand houdt kan het subsidiepercentage met 10 procentpunten van de projectkosten worden verhoogd.
3. Het in artikel 3, vijfde lid, van het besluitbedoelde maximale subsidiebedrag bedraagt € 1.000.000,–, met dien verstande aan een ondernemer die een glastuinbouwbedrijf exploiteert niet meer subsidie wordt verstrekt dan het maximum dat is vastgelegd in het programmeringsdocument voor plattelandsontwikkeling voor Nederland met betrekking tot de programmaperiode 2000–2006.
4. Algemene kosten die niet direct tot de investering zijn te herleiden, komen niet voor subsidie in aanmerking.
5. Het tweede tot met het vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing indien:
a. een of meerdere van de deelnemers in een samenwerkingsverband ondernemer in de landbouwsector zijn, en
b. de voordelen van de subsidie geheel of gedeeltelijk ten goede komen aan een of meerdere ondernemers in de landbouwsector en de ondernemer in de landbouwsector niet zelf de aanvrager van de subsidie is.
2. Het in artikel 3, vijfde lid, van het besluitbedoelde subsidiepercentage bedraagt 40% Van de projectkosten. Indien de ondernemer in de landbouwsector een kleine of een middelgrote onderneming in stand houdt kan het subsidiepercentage met 10 procentpunten van de projectkosten worden verhoogd.
3. Het in artikel 3, vijfde lid, van het besluitbedoelde maximale subsidiebedrag bedraagt € 1.000.000,–, met dien verstande aan een ondernemer die een glastuinbouwbedrijf exploiteert niet meer subsidie wordt verstrekt dan het maximum dat is vastgelegd in het programmeringsdocument voor plattelandsontwikkeling voor Nederland met betrekking tot de programmaperiode 2000–2006.
4. Algemene kosten die niet direct tot de investering zijn te herleiden, komen niet voor subsidie in aanmerking.
5. Het tweede tot met het vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing indien:
a. een of meerdere van de deelnemers in een samenwerkingsverband ondernemer in de landbouwsector zijn, en
b. de voordelen van de subsidie geheel of gedeeltelijk ten goede komen aan een of meerdere ondernemers in de landbouwsector en de ondernemer in de landbouwsector niet zelf de aanvrager van de subsidie is.