BWBR0017347
Geldig vanaf 01-10-2026
Artikel 5b
Besluit controle op rechtspersonen
Mededeling van gegevens met betrekking tot derden, neergelegd in een risicomelding als bedoeld in artikel 5, derde lid, van de wet is toegestaan in de volgende gevallen:
a. de Autoriteit Financiële Markten: aan het openbaar ministerie, de politie, de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU – NL), de bijzondere opsporingsdienst, bedoeld in artikel 2, onder a, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, de rijksbelastingdienst, De Nederlandsche Bank N.V., de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en aan toezichthouders en opsporingsdiensten, belast met het toezicht op de naleving van de wetgeving met betrekking tot financiële instellingen, onderscheidenlijk de opsporing van strafbare feiten op financieel-economisch terrein in het buitenland;
b. De Nederlandsche Bank N.V.: aan het openbaar ministerie, de politie, de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU – NL), de bijzondere opsporingsdienst, bedoeld in artikel 2, onder a, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, de rijksbelastingdienst, de Autoriteit Financiële Markten, de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en aan toezichthouders en opsporingsdiensten, belast met het toezicht op de naleving van de wetgeving met betrekking tot financiële instellingen, onderscheidenlijk de opsporing van strafbare feiten op financieel-economisch terrein in het buitenland;
c. de bijzondere opsporingsdienst, bedoeld in artikel 2, onder a, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten: aan het openbaar ministerie, de politie, de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU – NL), de andere bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, de Autoriteit Financiële Markten, de Nederlandsche Bank N.V., de rijksbelastingdienst, de Inspectie Leefomgeving en Transport van het Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, de door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouders van de Nederlandse Arbeidsinspectie, en aan toezichthouders en opsporingsdiensten, belast met het toezicht op de naleving van de wetgeving met betrekking tot financiële instellingen, onderscheidenlijk de opsporing van strafbare feiten op financieel-economisch terrein in het buitenland;
d. de bijzondere opsporingsdienst, bedoeld in artikel 2, onder b, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten: aan het openbaar ministerie, de politie, de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU – NL), de andere bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, en aan de Inspectie Leefomgeving en Transport van het Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
e. de bijzondere opsporingsdienst, bedoeld in artikel 2, onder c, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten: aan het openbaar ministerie, de politie, de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU – NL), de andere bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, de rijksbelastingdienst, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en aan de Rijksdienst voor ondernemend Nederland;
f. de bijzondere opsporingsdienst, bedoeld in artikel 2, onder d, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten: aan het openbaar ministerie, de Nederlandse Zorgautoriteit, de Inspectie gezondheidszorg en jeugd, de politie, de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU – NL), de andere bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, de Autoriteit Financiële Markten, de Nederlandsche Bank N.V., de rijksbelastingdienst, de Inspectie Leefomgeving en Transport van het Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en aan de door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouders van de Nederlandse Arbeidsinspectie;
g. de politie: aan het openbaar ministerie, de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU – NL), de regionale inlichtingen- en expertisecentra, de Koninklijke marechaussee, de rijksbelastingdienst, de bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten en aan de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst;
h. de rijksbelastingdienst: aan het openbaar ministerie, de politie, de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU – NL), de bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, de Autoriteit Financiële Markten, de Nederlandsche Bank N.V., de Inspectie Leefomgeving en Transport van het Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, de door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouders van de Nederlandse Arbeidsinspectie, en aan de colleges van burgemeester en wethouders;
i. de Inspectie Leefomgeving en Transport van het Minister van Infrastructuur en Waterstaat: aan het openbaar ministerie, de politie, de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU – NL), en aan de bijzondere opsporingsdienst, bedoeld in artikel 2, onder b, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten;
j. de door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouders van de Nederlandse Arbeidsinspectie: aan het openbaar ministerie, de politie, de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU – NL), de bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in artikel 2, onder a en d, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, de rijksbelastingdienst, de Nederlandse Zorgautoriteit en aan de Inspectie gezondheidszorg en jeugd;
k. de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur: aan het openbaar ministerie, de politie, de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU – NL), de bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, de rijksbelastingdienst en aan de Rijksdienst voor ondernemend Nederland;
l. de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU- NL): aan de politie, het openbaar ministerie, de regionale inlichtingen- en expertisecentra, de Koninklijke marechaussee, de rijksbelastingdienst, de bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten en aan de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst;
m. de Nederlandse Zorgautoriteit: aan het openbaar ministerie, de politie, de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU - NL), de bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in artikel 2, onderdeel a en d, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, de door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouders van de Nederlandse Arbeidsinspectie, de rijksbelastingdienst, de inspectie gezondheidszorg en jeugd, en aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, uitsluitend ten behoeve van de verlening of intrekking van een toelatingsvergunning als bedoeld in artikel 4, eerste lid, en artikel 7 van de Wet toetreding zorgaanbieders;
n. de Inspectie gezondheidszorg en jeugd: aan het openbaar ministerie, de politie, de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU - NL), de bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in artikel 2, onderdeel a en d, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, de door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouders van de Nederlandse Arbeidsinspectie, de rijksbelastingdienst, de Nederlandse Zorgautoriteit, en aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, uitsluitend ten behoeve van de verlening of intrekking van een toelatingsvergunning, bedoeld in artikel 4, eerste lid, en artikel 7 van de Wet toetreding zorgaanbieders;
o. ten aanzien van elk van de bestuursorganen, genoemd in artikel 5a: aan de Nationale ombudsman en de rechter.
a. de Autoriteit Financiële Markten: aan het openbaar ministerie, de politie, de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU – NL), de bijzondere opsporingsdienst, bedoeld in artikel 2, onder a, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, de rijksbelastingdienst, De Nederlandsche Bank N.V., de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en aan toezichthouders en opsporingsdiensten, belast met het toezicht op de naleving van de wetgeving met betrekking tot financiële instellingen, onderscheidenlijk de opsporing van strafbare feiten op financieel-economisch terrein in het buitenland;
b. De Nederlandsche Bank N.V.: aan het openbaar ministerie, de politie, de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU – NL), de bijzondere opsporingsdienst, bedoeld in artikel 2, onder a, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, de rijksbelastingdienst, de Autoriteit Financiële Markten, de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en aan toezichthouders en opsporingsdiensten, belast met het toezicht op de naleving van de wetgeving met betrekking tot financiële instellingen, onderscheidenlijk de opsporing van strafbare feiten op financieel-economisch terrein in het buitenland;
c. de bijzondere opsporingsdienst, bedoeld in artikel 2, onder a, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten: aan het openbaar ministerie, de politie, de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU – NL), de andere bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, de Autoriteit Financiële Markten, de Nederlandsche Bank N.V., de rijksbelastingdienst, de Inspectie Leefomgeving en Transport van het Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, de door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouders van de Nederlandse Arbeidsinspectie, en aan toezichthouders en opsporingsdiensten, belast met het toezicht op de naleving van de wetgeving met betrekking tot financiële instellingen, onderscheidenlijk de opsporing van strafbare feiten op financieel-economisch terrein in het buitenland;
d. de bijzondere opsporingsdienst, bedoeld in artikel 2, onder b, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten: aan het openbaar ministerie, de politie, de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU – NL), de andere bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, en aan de Inspectie Leefomgeving en Transport van het Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
e. de bijzondere opsporingsdienst, bedoeld in artikel 2, onder c, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten: aan het openbaar ministerie, de politie, de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU – NL), de andere bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, de rijksbelastingdienst, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en aan de Rijksdienst voor ondernemend Nederland;
f. de bijzondere opsporingsdienst, bedoeld in artikel 2, onder d, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten: aan het openbaar ministerie, de Nederlandse Zorgautoriteit, de Inspectie gezondheidszorg en jeugd, de politie, de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU – NL), de andere bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, de Autoriteit Financiële Markten, de Nederlandsche Bank N.V., de rijksbelastingdienst, de Inspectie Leefomgeving en Transport van het Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en aan de door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouders van de Nederlandse Arbeidsinspectie;
g. de politie: aan het openbaar ministerie, de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU – NL), de regionale inlichtingen- en expertisecentra, de Koninklijke marechaussee, de rijksbelastingdienst, de bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten en aan de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst;
h. de rijksbelastingdienst: aan het openbaar ministerie, de politie, de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU – NL), de bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, de Autoriteit Financiële Markten, de Nederlandsche Bank N.V., de Inspectie Leefomgeving en Transport van het Minister van Infrastructuur en Waterstaat, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, de door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouders van de Nederlandse Arbeidsinspectie, en aan de colleges van burgemeester en wethouders;
i. de Inspectie Leefomgeving en Transport van het Minister van Infrastructuur en Waterstaat: aan het openbaar ministerie, de politie, de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU – NL), en aan de bijzondere opsporingsdienst, bedoeld in artikel 2, onder b, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten;
j. de door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouders van de Nederlandse Arbeidsinspectie: aan het openbaar ministerie, de politie, de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU – NL), de bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in artikel 2, onder a en d, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, de rijksbelastingdienst, de Nederlandse Zorgautoriteit en aan de Inspectie gezondheidszorg en jeugd;
k. de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur: aan het openbaar ministerie, de politie, de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU – NL), de bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, de rijksbelastingdienst en aan de Rijksdienst voor ondernemend Nederland;
l. de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU- NL): aan de politie, het openbaar ministerie, de regionale inlichtingen- en expertisecentra, de Koninklijke marechaussee, de rijksbelastingdienst, de bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten en aan de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst;
m. de Nederlandse Zorgautoriteit: aan het openbaar ministerie, de politie, de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU - NL), de bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in artikel 2, onderdeel a en d, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, de door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouders van de Nederlandse Arbeidsinspectie, de rijksbelastingdienst, de inspectie gezondheidszorg en jeugd, en aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, uitsluitend ten behoeve van de verlening of intrekking van een toelatingsvergunning als bedoeld in artikel 4, eerste lid, en artikel 7 van de Wet toetreding zorgaanbieders;
n. de Inspectie gezondheidszorg en jeugd: aan het openbaar ministerie, de politie, de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU - NL), de bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in artikel 2, onderdeel a en d, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, de door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouders van de Nederlandse Arbeidsinspectie, de rijksbelastingdienst, de Nederlandse Zorgautoriteit, en aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, uitsluitend ten behoeve van de verlening of intrekking van een toelatingsvergunning, bedoeld in artikel 4, eerste lid, en artikel 7 van de Wet toetreding zorgaanbieders;
o. ten aanzien van elk van de bestuursorganen, genoemd in artikel 5a: aan de Nationale ombudsman en de rechter.
- Citeren als
- Art. 5b
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0017347
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl