BWBR0017289
Geldig vanaf 2004-10-30
Artikel 3
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit DCE 2004
De afdeling Rechten en Veiligheid heeft als werkterreinen: de gelijke rechten van vrouwen in de samenleving; de bestrijding van geweld tegen vrouwen en meisjes (nationaal en internationaal); de bevordering van de emancipatie en maatschappelijk integratie van vrouwen uit etnische minderheden; de evenredige vertegenwoordiging van vrouwen in besturen.
Op deze beleidsterreinen is het hoofd van de afdeling Rechten en Veiligheid verantwoordelijk voor:
a. de ondersteuning van de coördinerende bewindspersoon;
b. het mede bepalen en in- en extern uitdragen in binnen- en buitenland van de strategische koers en regievoering van de directie;
c. het stimuleren van een structurele verankering van het emancipatieperspectief;
d. de projectmatige beleidsinnovatie, beleidsverkenning en -implementatie;
e. de samenwerking met publieke en private organisaties;
f. de Subsidieregeling emancipatieprojecten, waaronder de beoordeling van subsidie-aanvragen op grond van deze regeling, monitoring van de gesubsidieerde activiteiten en evaluatie van deze subsidieregeling en het organiseren van ervaringsuitwisseling;
g. de coördinatie voor DCE van de begrotingsvoorbereiding en verantwoording;
h. de monitoring en evaluatie van de voortgang van het emancipatieproces in de samenleving door middel van de Emancipatiemonitor;
i. het bevorderen van het draagvlak door middel van communicatie-activiteiten, expertmeetings en conferenties;
j. de ontwikkeling en uitvoering van onderzoek.
Op deze beleidsterreinen is het hoofd van de afdeling Rechten en Veiligheid verantwoordelijk voor:
a. de ondersteuning van de coördinerende bewindspersoon;
b. het mede bepalen en in- en extern uitdragen in binnen- en buitenland van de strategische koers en regievoering van de directie;
c. het stimuleren van een structurele verankering van het emancipatieperspectief;
d. de projectmatige beleidsinnovatie, beleidsverkenning en -implementatie;
e. de samenwerking met publieke en private organisaties;
f. de Subsidieregeling emancipatieprojecten, waaronder de beoordeling van subsidie-aanvragen op grond van deze regeling, monitoring van de gesubsidieerde activiteiten en evaluatie van deze subsidieregeling en het organiseren van ervaringsuitwisseling;
g. de coördinatie voor DCE van de begrotingsvoorbereiding en verantwoording;
h. de monitoring en evaluatie van de voortgang van het emancipatieproces in de samenleving door middel van de Emancipatiemonitor;
i. het bevorderen van het draagvlak door middel van communicatie-activiteiten, expertmeetings en conferenties;
j. de ontwikkeling en uitvoering van onderzoek.