BWBR0017272
Geldig vanaf 2005-04-06
Artikel 4
Tijdelijke stimuleringsregeling buurt, onderwijs en sport
1. Bij de verdeling van het beschikbare budget geeft de minister voorrang aan die aanvragen voor BOS-projecten in een projectgebied waarvoor nog niet eerder een uitkering, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, is toegekend.
2. Indien dit, ondanks de toepassing van het eerste lid, voor de verdeling van het beschikbare budget noodzakelijk is, geeft de minister bij de beoordeling van de aanvragen voorrang aan de BOS-projecten die in vergelijking met andere BOS-projecten meer zullen bijdragen aan het verwezenlijken van het doel van deze regeling, waarbij in ieder geval de volgende criteria worden gehanteerd:
a. de mate van betrokkenheid van buurt-, onderwijs-, sport- en naschoolse opvangorganisaties bij de totstandkoming en de uitvoering van het BOS-project;
b. de mate waarin de uitvoering van de activiteiten in het kader van het BOS-project wat betreft tijdstip en locatie aansluiten op de activiteiten en voorzieningen van buurt-, onderwijs-, sport- en naschoolse opvangorganisaties;
c. de duurzaamheid van de activiteiten die in het kader van het BOS-project worden gerealiseerd;
d. de mate waarin de verschillende terreinen waarop sprake is van een achterstand geïntegreerd zijn betrokken in de analyse en bij de aanpak van de achterstanden;
e. de mate van betrokkenheid van de bewoners van het projectgebied bij het ontwikkelen en uitvoeren van het project;
f. de mate van participatie van jeugdigen bij het ontwikkelen en uitvoeren van het project;
g. de mate van participatie van sportverenigingen bij het ontwikkelen en uitvoeren van het project;
h. de mate van participatie van jeugdorganisaties bij het ontwikkelen en uitvoeren van het project;
i. de mate van participatie van vrijwilligers bij het ontwikkelen en uitvoeren van het project;
j. de mate van concreetheid en meetbaarheid van de te verwachten resultaten;
k. de verhouding tussen de beoogde effecten en de begrote kosten.
3. Indien dit, ondanks de toepassing van het tweede lid, voor de verdeling van het beschikbare budget noodzakelijk is, houdt de minister bij de beoordeling van de aanvragen rekening met:
a. een evenwichtige spreiding van BOS-projecten naar inwonerstal van gemeenten;
b. een evenwichtige spreiding van BOS-projecten over het land.
2. Indien dit, ondanks de toepassing van het eerste lid, voor de verdeling van het beschikbare budget noodzakelijk is, geeft de minister bij de beoordeling van de aanvragen voorrang aan de BOS-projecten die in vergelijking met andere BOS-projecten meer zullen bijdragen aan het verwezenlijken van het doel van deze regeling, waarbij in ieder geval de volgende criteria worden gehanteerd:
a. de mate van betrokkenheid van buurt-, onderwijs-, sport- en naschoolse opvangorganisaties bij de totstandkoming en de uitvoering van het BOS-project;
b. de mate waarin de uitvoering van de activiteiten in het kader van het BOS-project wat betreft tijdstip en locatie aansluiten op de activiteiten en voorzieningen van buurt-, onderwijs-, sport- en naschoolse opvangorganisaties;
c. de duurzaamheid van de activiteiten die in het kader van het BOS-project worden gerealiseerd;
d. de mate waarin de verschillende terreinen waarop sprake is van een achterstand geïntegreerd zijn betrokken in de analyse en bij de aanpak van de achterstanden;
e. de mate van betrokkenheid van de bewoners van het projectgebied bij het ontwikkelen en uitvoeren van het project;
f. de mate van participatie van jeugdigen bij het ontwikkelen en uitvoeren van het project;
g. de mate van participatie van sportverenigingen bij het ontwikkelen en uitvoeren van het project;
h. de mate van participatie van jeugdorganisaties bij het ontwikkelen en uitvoeren van het project;
i. de mate van participatie van vrijwilligers bij het ontwikkelen en uitvoeren van het project;
j. de mate van concreetheid en meetbaarheid van de te verwachten resultaten;
k. de verhouding tussen de beoogde effecten en de begrote kosten.
3. Indien dit, ondanks de toepassing van het tweede lid, voor de verdeling van het beschikbare budget noodzakelijk is, houdt de minister bij de beoordeling van de aanvragen rekening met:
a. een evenwichtige spreiding van BOS-projecten naar inwonerstal van gemeenten;
b. een evenwichtige spreiding van BOS-projecten over het land.