BWBR0017265
Geldig vanaf 2005-04-28
Artikel VIa
Implementatiewet EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten
1. Dit artikel is van toepassing op inrichtingen als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003245/artikel/16.29" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 16.29, eerste lid, onder b, van de Wet milieubeheer</a>waarvoor na 1 oktober 2004 en voor 15 november 2004 een verzoek om toepassing van artikel 27 van de EG-richtlijn handel in broeikasgasemissierechten, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003245/artikel/1.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1.1, eerste lid, van die wet</a>, wordt ingediend bij de Commissie van de Europese Gemeenschappen.
2. Met betrekking tot de eerste planperiode, welke loopt van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2007, geldt dat de toewijzing van broeikasgasemissierechten voor afzonderlijke inrichtingen als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003245/artikel/16.29" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 16.29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet milieubeheer</a>, plaatsvindt onder de voorwaarde dat de Commissie van de Europese Gemeenschappen ten aanzien van de betrokken inrichting op grond van artikel 27 van de in het eerste lid genoemde richtlijn niet heeft bepaald dat die inrichting tijdelijk buiten de reikwijdte van die richtlijn blijft.
3. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0003245/artikel/16.35" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 16.35, eerste lid, van de Wet milieubeheer</a>geldt met betrekking tot de eerste planperiode, welke loopt van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2007, dat de verlening van broeikasgasemissierechten, bedoeld in dat artikellid, in het eerste kalenderjaar van die planperiode aan degene die een inrichting drijft waarvoor in het nationale toewijzingsbesluit, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003245/artikel/16.29" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 16.29, eerste lid, van die wet</a>voor die planperiode met toepassing van het tweede lid voorwaardelijk broeikasgasemissierechten zijn toegewezen, wordt opgeschort met ingang van 1 maart 2005 voorzover op 28 februari 2005 de beslissing van de Commissie van de Europese Gemeenschappen op het in het eerste lid bedoelde verzoek nog niet is bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. De verlening wordt opgeschort tot en met de dag waarop sedert de bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie van de beslissing op het verzoek twee weken zijn verstreken.
4. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0003245/artikel/16.35" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 16.35, eerste lid, van de Wet milieubeheer</a>worden broeikasgasemissierechten die met toepassing van het tweede lid voorwaardelijk zijn toegewezen, uitsluitend verleend voorzover de Commissie van de Europese Gemeenschappen het verzoek om toepassing van artikel 27 van de in het eerste lid genoemde richtlijn ten aanzien van de betrokken inrichting heeft afgewezen.
2. Met betrekking tot de eerste planperiode, welke loopt van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2007, geldt dat de toewijzing van broeikasgasemissierechten voor afzonderlijke inrichtingen als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003245/artikel/16.29" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 16.29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet milieubeheer</a>, plaatsvindt onder de voorwaarde dat de Commissie van de Europese Gemeenschappen ten aanzien van de betrokken inrichting op grond van artikel 27 van de in het eerste lid genoemde richtlijn niet heeft bepaald dat die inrichting tijdelijk buiten de reikwijdte van die richtlijn blijft.
3. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0003245/artikel/16.35" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 16.35, eerste lid, van de Wet milieubeheer</a>geldt met betrekking tot de eerste planperiode, welke loopt van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2007, dat de verlening van broeikasgasemissierechten, bedoeld in dat artikellid, in het eerste kalenderjaar van die planperiode aan degene die een inrichting drijft waarvoor in het nationale toewijzingsbesluit, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0003245/artikel/16.29" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 16.29, eerste lid, van die wet</a>voor die planperiode met toepassing van het tweede lid voorwaardelijk broeikasgasemissierechten zijn toegewezen, wordt opgeschort met ingang van 1 maart 2005 voorzover op 28 februari 2005 de beslissing van de Commissie van de Europese Gemeenschappen op het in het eerste lid bedoelde verzoek nog niet is bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie. De verlening wordt opgeschort tot en met de dag waarop sedert de bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie van de beslissing op het verzoek twee weken zijn verstreken.
4. In afwijking van <a href="/wet/BWBR0003245/artikel/16.35" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 16.35, eerste lid, van de Wet milieubeheer</a>worden broeikasgasemissierechten die met toepassing van het tweede lid voorwaardelijk zijn toegewezen, uitsluitend verleend voorzover de Commissie van de Europese Gemeenschappen het verzoek om toepassing van artikel 27 van de in het eerste lid genoemde richtlijn ten aanzien van de betrokken inrichting heeft afgewezen.