BWBR0017211
Geldig vanaf 2004-10-01
Artikel 7
Regeling Opleiden in de school voor primair onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs en volwasseneneducatie, 2004 - 2006
1. De aanvraag voor subsidie op grond van deze regeling bevat, behalve het volledig ingevulde aanvraagformulier conform artikel 6, in elk geval:
a. een verklaring van de aanvrager dat hij zijn ervaringen overdraagt aan niet-deelnemende onderwijsinstellingen van het bevoegd gezag en aan ten minste één ander bevoegd gezag binnen de onderwijssector waarop de aanvraag betrekking heeft;
b. een verklaring van de aanvrager dat de deelnemende onderwijsinstellingen de netwerkbijeenkomsten zullen bijwonen;
c. een projectplan als bedoeld onder het tweede lid.
2. Het projectplan bevat in elk geval de volgende elementen:
a. de doelstellingen die de aanvrager en de deelnemende onderwijsinstellingen willen bereiken binnen de periode waarvoor de subsidie wordt verstrekt;
b. een overzicht van de doelgroepen die en het aantal personeelsleden dat wordt opgeleid in het kader van deze regeling, binnen de periode waarvoor de subsidie wordt verstrekt;
c. de resultaten die de aanvrager en de deelnemende onderwijsinstellingen willen bereiken binnen de periode waarvoor de subsidie wordt verstrekt;
d. een activiteitenplan als bedoeld onder het derde en vierde lid;
e. een tijdsplanning;
f. een begroting voor de te verrichten activiteiten, die in elk geval inzicht geeft in de activiteiten die met de subsidie worden gefinancierd en in de activiteiten waarvoor eigen middelen worden ingezet.
3. Het activiteitenplan geeft inzicht in de wijze waarop de aanvrager het projectresultaat denkt te verwezenlijken en omvat in elk geval activiteiten, gericht op:
a. het vormgeven van de infrastructuur voor opleiden en begeleiden in de school;
b. het scholen van ten minste één personeelslid tot opleider in de school;
c. het maken van afspraken met opleidingen voor onderwijspersoneel over taak- en verantwoordelijkheidsverdeling bij opleiden in de school;
d. het overdragen van ervaringen aan niet-deelnemende onderwijsinstellingen van het bevoegd gezag en aan ten minste één ander bevoegd gezag binnen de desbetreffende onderwijssector.
4. Het activiteitenplan geeft tevens inzicht in de wijze waarop de aanvrager de infrastructuur voor opleiden en begeleiden in de school tot onderdeel maakt van het integraal personeelsbeleid.
5. De aanvraag voor subsidie op grond van deze regeling wordt mede ondertekend door het bevoegd gezag van de opleidingen voor onderwijspersoneel waarmee de aanvrager in het kader van deze regeling samenwerkt.
a. een verklaring van de aanvrager dat hij zijn ervaringen overdraagt aan niet-deelnemende onderwijsinstellingen van het bevoegd gezag en aan ten minste één ander bevoegd gezag binnen de onderwijssector waarop de aanvraag betrekking heeft;
b. een verklaring van de aanvrager dat de deelnemende onderwijsinstellingen de netwerkbijeenkomsten zullen bijwonen;
c. een projectplan als bedoeld onder het tweede lid.
2. Het projectplan bevat in elk geval de volgende elementen:
a. de doelstellingen die de aanvrager en de deelnemende onderwijsinstellingen willen bereiken binnen de periode waarvoor de subsidie wordt verstrekt;
b. een overzicht van de doelgroepen die en het aantal personeelsleden dat wordt opgeleid in het kader van deze regeling, binnen de periode waarvoor de subsidie wordt verstrekt;
c. de resultaten die de aanvrager en de deelnemende onderwijsinstellingen willen bereiken binnen de periode waarvoor de subsidie wordt verstrekt;
d. een activiteitenplan als bedoeld onder het derde en vierde lid;
e. een tijdsplanning;
f. een begroting voor de te verrichten activiteiten, die in elk geval inzicht geeft in de activiteiten die met de subsidie worden gefinancierd en in de activiteiten waarvoor eigen middelen worden ingezet.
3. Het activiteitenplan geeft inzicht in de wijze waarop de aanvrager het projectresultaat denkt te verwezenlijken en omvat in elk geval activiteiten, gericht op:
a. het vormgeven van de infrastructuur voor opleiden en begeleiden in de school;
b. het scholen van ten minste één personeelslid tot opleider in de school;
c. het maken van afspraken met opleidingen voor onderwijspersoneel over taak- en verantwoordelijkheidsverdeling bij opleiden in de school;
d. het overdragen van ervaringen aan niet-deelnemende onderwijsinstellingen van het bevoegd gezag en aan ten minste één ander bevoegd gezag binnen de desbetreffende onderwijssector.
4. Het activiteitenplan geeft tevens inzicht in de wijze waarop de aanvrager de infrastructuur voor opleiden en begeleiden in de school tot onderdeel maakt van het integraal personeelsbeleid.
5. De aanvraag voor subsidie op grond van deze regeling wordt mede ondertekend door het bevoegd gezag van de opleidingen voor onderwijspersoneel waarmee de aanvrager in het kader van deze regeling samenwerkt.