BWBR0017173
Geldig vanaf 2004-10-15
Artikel 2a
Mandaatbesluit LNV Voedsel en Waren Autoriteit
De directeur-generaal van de Voedsel en Waren Autoriteit, de directeur, de plaatsvervangend directeur en de adjunct-directeur van de Voedsel en Waren Autoriteit, onderdeel Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees, worden mandaat verleend om namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te besluiten en stukken te ondertekenen betreffende:
a. het verlenen van erkenningen en registraties als bedoeld in artikel 10 van de Kaderwet diervoeders;
b. het schorsen en intrekken, onderscheidenlijk doorhalen van erkenningen of registraties als bedoeld in artikel 14 van de Kaderwet diervoeders;
c. het heffen van een vergoeding van de kosten, bedoeld in artikel 25 van de Kaderwet diervoeders;
d. het treffen van maatregelen als bedoeld in artikel 26, eerste lid en zesde lid, van de Kaderwet diervoeders, voor zover de maatregelen voor een of meer afzonderlijke zendingen of partijen zijn voorgeschreven;
e. het treffen van maatregelen als bedoeld in artikel 27, eerste lid, van de Kaderwet diervoeders, voor zover de maatregelen voor een of meer afzonderlijke zendingen of partijen zijn voorgeschreven;
f. het treffen van maatregelen als bedoeld in artikel 28, eerste lid, en het derde tot en met het zevende lid, van de Kaderwet diervoeders voor zover de maatregelen voor een of meer afzonderlijke bedrijven zijn voorgeschreven;
g. het toepassen van bestuursdwang als bedoeld in artikel 30 van de Kaderwet diervoeders.
a. het verlenen van erkenningen en registraties als bedoeld in artikel 10 van de Kaderwet diervoeders;
b. het schorsen en intrekken, onderscheidenlijk doorhalen van erkenningen of registraties als bedoeld in artikel 14 van de Kaderwet diervoeders;
c. het heffen van een vergoeding van de kosten, bedoeld in artikel 25 van de Kaderwet diervoeders;
d. het treffen van maatregelen als bedoeld in artikel 26, eerste lid en zesde lid, van de Kaderwet diervoeders, voor zover de maatregelen voor een of meer afzonderlijke zendingen of partijen zijn voorgeschreven;
e. het treffen van maatregelen als bedoeld in artikel 27, eerste lid, van de Kaderwet diervoeders, voor zover de maatregelen voor een of meer afzonderlijke zendingen of partijen zijn voorgeschreven;
f. het treffen van maatregelen als bedoeld in artikel 28, eerste lid, en het derde tot en met het zevende lid, van de Kaderwet diervoeders voor zover de maatregelen voor een of meer afzonderlijke bedrijven zijn voorgeschreven;
g. het toepassen van bestuursdwang als bedoeld in artikel 30 van de Kaderwet diervoeders.