BWBR0017171
Geldig vanaf 21-05-2006
Artikel 4
Verordening fokken van TSE-ongevoelige schapen (PVV) 2004
1. Het in artikel 2, tweede lid, bedoelde certificaat wordt afgegeven, indien:
a. erfelijkheidsonderzoek heeft aangetoond dat de ram TSE-ongevoelig is,
b. naar genoegen van de voorzitter is gebleken dat de ram afstamt van een ram en een ooi, waarvan op grond van een erfelijkheidsonderzoek is vastgesteld dat zij TSE-ongevoelig zijn of
c. erfelijkheidsonderzoek heeft aangetoond dat de ram TSE-semi-ongevoelig of TSE-gevoelig is en de ram behoort tot een ras met een lage frequentie aan ARR-allel mits het betreffende ras als zeldzaam ras is opgenomen in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 445/2002 van de Commissie van de Europese Unie van 26 februari 2002 (PbEU L 074) tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL), of de ram staat ingeschreven in een op grond van het Fokkerijbesluit erkend stamboek en het fokken geschiedt binnen hetzelfde ras of stamboek.
2. In het in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde geval wordt het certificaat alleen afgegeven, indien er een door de voorzitter erkend fokprogramma is opgesteld overeenkomstig het nader bij verordening door het bestuur vast te stellen selectieregime.
3. Het in het eerste lid bedoelde erfelijkheidsonderzoek wordt verricht door een laboratorium dat beschikt over een erkenning als bedoeld in artikel 3 van de regeling, dan wel over een besluit tot gelijkstelling als bedoeld in artikel 4 van de regeling, voor het uitvoeren van de testmethode genoemd in bijlage I, onder 9, van de regeling.
a. erfelijkheidsonderzoek heeft aangetoond dat de ram TSE-ongevoelig is,
b. naar genoegen van de voorzitter is gebleken dat de ram afstamt van een ram en een ooi, waarvan op grond van een erfelijkheidsonderzoek is vastgesteld dat zij TSE-ongevoelig zijn of
c. erfelijkheidsonderzoek heeft aangetoond dat de ram TSE-semi-ongevoelig of TSE-gevoelig is en de ram behoort tot een ras met een lage frequentie aan ARR-allel mits het betreffende ras als zeldzaam ras is opgenomen in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 445/2002 van de Commissie van de Europese Unie van 26 februari 2002 (PbEU L 074) tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1257/1999 van de Raad inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL), of de ram staat ingeschreven in een op grond van het Fokkerijbesluit erkend stamboek en het fokken geschiedt binnen hetzelfde ras of stamboek.
2. In het in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde geval wordt het certificaat alleen afgegeven, indien er een door de voorzitter erkend fokprogramma is opgesteld overeenkomstig het nader bij verordening door het bestuur vast te stellen selectieregime.
3. Het in het eerste lid bedoelde erfelijkheidsonderzoek wordt verricht door een laboratorium dat beschikt over een erkenning als bedoeld in artikel 3 van de regeling, dan wel over een besluit tot gelijkstelling als bedoeld in artikel 4 van de regeling, voor het uitvoeren van de testmethode genoemd in bijlage I, onder 9, van de regeling.
- Citeren als
- Art. 4
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0017171
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl