BWBR0017161
Geldig vanaf 2004-09-18
Artikel 7
Subsidieregeling innovatiearrangement 2004
1. Voor 1 november 2004 kunnen door samenwerkingsverbanden als bedoeld in artikel 3bij Het Platform Beroepsonderwijs projectvoorstellen voor innovatiearrangementen worden ingediend.
2. Een projectvoorstel bevat informatie over de volgende onderwerpen:
a. De namen van de partners van het samenwerkingsverband.
b. Indien een aanvraag geschiedt door een instelling of een scholengemeenschap waarin zowel BVE als het vmbo participeren, dan dient uit de aanvraag de zelfstandige inbreng van dit vmbo en dit mbo binnen het samenwerkingsverband duidelijk te blijken.
c. Welk probleem moet het project oplossen?
d. Welke innovatie wordt beoogd?
e. Een opgave van de maximale projectkosten.
f. De looptijd van het project.
3. Projectvoorstellen worden door een – door Het Platform Beroepsonderwijs en sociale partners benoemde – beoordelingscommissie, beoordeeld op innovativiteit, uitvoerbaarheid en bruikbaarheid. Indien het budget dat gemoeid is met het aantal positief beoordeelde projectvoorstellen, groter is dan het subsidieplafond toelaat, selecteert de beoordelingscommissie zoveel van die projectvoorstellen dat het subsidieplafond niet wordt overschreden. Voor selectie komen het eerst die projectvoorstellen in aanmerking die het meest bijdragen aan het doel van deze regeling.
4. De selectie van projectvoorstellen vindt plaats voor 1 december 2004.
5. Bij de selectie kan aan projectvoorstellen waarbij een vmbo-school betrokken is prioriteit worden gegeven, indien daarmee een bijdrage wordt geleverd aan de evenwichtige participatie van vmbo-scholen aan de projecten.
2. Een projectvoorstel bevat informatie over de volgende onderwerpen:
a. De namen van de partners van het samenwerkingsverband.
b. Indien een aanvraag geschiedt door een instelling of een scholengemeenschap waarin zowel BVE als het vmbo participeren, dan dient uit de aanvraag de zelfstandige inbreng van dit vmbo en dit mbo binnen het samenwerkingsverband duidelijk te blijken.
c. Welk probleem moet het project oplossen?
d. Welke innovatie wordt beoogd?
e. Een opgave van de maximale projectkosten.
f. De looptijd van het project.
3. Projectvoorstellen worden door een – door Het Platform Beroepsonderwijs en sociale partners benoemde – beoordelingscommissie, beoordeeld op innovativiteit, uitvoerbaarheid en bruikbaarheid. Indien het budget dat gemoeid is met het aantal positief beoordeelde projectvoorstellen, groter is dan het subsidieplafond toelaat, selecteert de beoordelingscommissie zoveel van die projectvoorstellen dat het subsidieplafond niet wordt overschreden. Voor selectie komen het eerst die projectvoorstellen in aanmerking die het meest bijdragen aan het doel van deze regeling.
4. De selectie van projectvoorstellen vindt plaats voor 1 december 2004.
5. Bij de selectie kan aan projectvoorstellen waarbij een vmbo-school betrokken is prioriteit worden gegeven, indien daarmee een bijdrage wordt geleverd aan de evenwichtige participatie van vmbo-scholen aan de projecten.