BWBR0017136
Geldig vanaf 2022-05-03
Artikel 9b
Besluit havenontvangstvoorzieningen
1. Onverminderd de toepasselijke lozings- en afgiftenormen van het Verdrag, mag een schip in afwijking van artikel 12b, eerste lid, van de wetdoorvaren naar de volgende aanloophaven zonder alle scheepsafvalstoffen af te geven als:
a. uit de op grond van de artikelen 6b en 12a van de wet beschikbare informatie blijkt dat er aan boord van het schip specifiek daarvoor bestemde en toereikende opslagcapaciteit is voor alle scheepsafvalstoffen die aan boord worden gehouden en die zullen ontstaan tijdens de geplande reis van het schip naar die haven;
b. uit de informatie aan boord van een schip dat niet onder de richtlijn monitoring- en informatiesysteem zeescheepvaart valt, blijkt dat er aan boord specifiek daarvoor bestemde en toereikende opslagcapaciteit is voor alle scheepsafvalstoffen die aan boord worden gehouden en die zullen ontstaan tijdens de geplande reis van het schip naar die haven;
c. het schip minder dan 24 uur of in slechte weersomstandigheden voor anker gaat, of de ankerplaats overeenkomstig artikel 3, eerste lid, van de richtlijn havenontvangstvoorzieningen van het toepassingsgebied van artikel 12b van de wet is uitgesloten.
2. Het eerste lid is niet van toepassing als:
a. op grond van de beschikbare informatie niet kan worden vastgesteld of in de volgende aanloophaven van het schip toereikende havenontvangstvoorzieningen zijn; of
b. de volgende aanloophaven van het schip niet bekend is.
a. uit de op grond van de artikelen 6b en 12a van de wet beschikbare informatie blijkt dat er aan boord van het schip specifiek daarvoor bestemde en toereikende opslagcapaciteit is voor alle scheepsafvalstoffen die aan boord worden gehouden en die zullen ontstaan tijdens de geplande reis van het schip naar die haven;
b. uit de informatie aan boord van een schip dat niet onder de richtlijn monitoring- en informatiesysteem zeescheepvaart valt, blijkt dat er aan boord specifiek daarvoor bestemde en toereikende opslagcapaciteit is voor alle scheepsafvalstoffen die aan boord worden gehouden en die zullen ontstaan tijdens de geplande reis van het schip naar die haven;
c. het schip minder dan 24 uur of in slechte weersomstandigheden voor anker gaat, of de ankerplaats overeenkomstig artikel 3, eerste lid, van de richtlijn havenontvangstvoorzieningen van het toepassingsgebied van artikel 12b van de wet is uitgesloten.
2. Het eerste lid is niet van toepassing als:
a. op grond van de beschikbare informatie niet kan worden vastgesteld of in de volgende aanloophaven van het schip toereikende havenontvangstvoorzieningen zijn; of
b. de volgende aanloophaven van het schip niet bekend is.