BWBR0017084
Artikel 3
Maatregelenbesluit UWV
1 Tenzij volstaan wordt met een waarschuwing, bedragen de hoogte en de duur van de maatregel
bij het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting opgenomen in de eerste
categorie van de ZW, respectievelijk de Wet WIA, de WAZ, de Wajong, de WAO, de WW en de TW:
a. 5% over de te late termijn, indien het gestelde tijdstip met niet meer dan 7, respectievelijk
56 kalenderdagen wordt overschreden;
b. 10% over de te late termijn, indien het gestelde tijdstip met meer dan 7, respectievelijk
56 kalenderdagen, doch niet meer dan 28, respectievelijk 112 kalenderdagen wordt overschreden;
c. 20% over de te late termijn met een maximum van 52 weken, indien het gestelde tijdstip
met meer dan 28, respectievelijk 112 kalenderdagen wordt overschreden.
2 Indien de mate van verwijtbaarheid van de gedraging of nalatigheid van de verzekerde
daartoe aanleiding geeft, bedraagt de hoogte van de maatregel, bedoeld in het eerste
lid: 2%, 5%, 10% in plaats van 5%, 10%, 20%.
3 Voor de vaststelling van het aantal kalenderdagen, bedoeld in het eerste lid, blijven
ten aanzien van de verplichting, opgenomen in:
a. de eerste categorie, ten 1°, 2°, 4° tot en met 8° en 11° van de WW en de eerste categorie van de ZW, de Wet WIA, de WAZ, de Wajong, de WAO en de TW, buiten toepassing dagen, niet zijnde zaterdagen of zondagen, waarop kantoren van
het UWV zijn gesloten;
b. de eerste categorie, ten 3°, van de WW, buiten toepassing dagen, niet zijnde zaterdagen of zondagen, waarop kantoren van
de CWI zijn gesloten;
c. de eerste categorie van de WW, buiten toepassing dagen, waarop ingevolge die wet geen recht bestaat op een uitkering.
bij het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting opgenomen in de eerste
categorie van de ZW, respectievelijk de Wet WIA, de WAZ, de Wajong, de WAO, de WW en de TW:
a. 5% over de te late termijn, indien het gestelde tijdstip met niet meer dan 7, respectievelijk
56 kalenderdagen wordt overschreden;
b. 10% over de te late termijn, indien het gestelde tijdstip met meer dan 7, respectievelijk
56 kalenderdagen, doch niet meer dan 28, respectievelijk 112 kalenderdagen wordt overschreden;
c. 20% over de te late termijn met een maximum van 52 weken, indien het gestelde tijdstip
met meer dan 28, respectievelijk 112 kalenderdagen wordt overschreden.
2 Indien de mate van verwijtbaarheid van de gedraging of nalatigheid van de verzekerde
daartoe aanleiding geeft, bedraagt de hoogte van de maatregel, bedoeld in het eerste
lid: 2%, 5%, 10% in plaats van 5%, 10%, 20%.
3 Voor de vaststelling van het aantal kalenderdagen, bedoeld in het eerste lid, blijven
ten aanzien van de verplichting, opgenomen in:
a. de eerste categorie, ten 1°, 2°, 4° tot en met 8° en 11° van de WW en de eerste categorie van de ZW, de Wet WIA, de WAZ, de Wajong, de WAO en de TW, buiten toepassing dagen, niet zijnde zaterdagen of zondagen, waarop kantoren van
het UWV zijn gesloten;
b. de eerste categorie, ten 3°, van de WW, buiten toepassing dagen, niet zijnde zaterdagen of zondagen, waarop kantoren van
de CWI zijn gesloten;
c. de eerste categorie van de WW, buiten toepassing dagen, waarop ingevolge die wet geen recht bestaat op een uitkering.
- Citeren als
- Art. 3
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0017084
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl