BWBR0017067
Geldig vanaf 2020-05-14
Artikel 1g
IKAP-regeling Rechterlijke Macht
1. In geval van:
a. beëindiging van het dienstverband;
b. verplaatsing naar een ander tot aanstellen bevoegde functionele autoriteit binnen de sector Rechterlijke Macht;
c. structurele wijziging van de arbeidsduur;
d. toepassing van artikel 8d van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren;
e. ouderschapsverlof als bedoeld in artikel 33n van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren;
f. buitengewoon verlof van lange duur, wordt vastgesteld welke in het kader van dit besluit opgebouwde en in geldswaarde uit te drukken aanspraken en aangegane verplichtingen tussen de functionele autoriteit en de rechterlijk ambtenaar op dat moment bestaan. Indien van toepassing, vindt verrekening dan wel uitbetaling plaats.
2. Indien een aanvraag voor meer of minder uren werken niet meer volledig binnen het kalenderjaar kan worden uitgevoerd, heeft een herberekening van de vergoeding of de inhouding plaats op basis van de daadwerkelijk meer of minder gewerkte uren.
3. Bij overlijden van de rechterlijk ambtenaar wordt gehandeld zoals in het tweede lid is aangegeven, waarbij een eventueel saldo ten gunste van de werkgever niet wordt ingevorderd.
a. beëindiging van het dienstverband;
b. verplaatsing naar een ander tot aanstellen bevoegde functionele autoriteit binnen de sector Rechterlijke Macht;
c. structurele wijziging van de arbeidsduur;
d. toepassing van artikel 8d van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren;
e. ouderschapsverlof als bedoeld in artikel 33n van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren;
f. buitengewoon verlof van lange duur, wordt vastgesteld welke in het kader van dit besluit opgebouwde en in geldswaarde uit te drukken aanspraken en aangegane verplichtingen tussen de functionele autoriteit en de rechterlijk ambtenaar op dat moment bestaan. Indien van toepassing, vindt verrekening dan wel uitbetaling plaats.
2. Indien een aanvraag voor meer of minder uren werken niet meer volledig binnen het kalenderjaar kan worden uitgevoerd, heeft een herberekening van de vergoeding of de inhouding plaats op basis van de daadwerkelijk meer of minder gewerkte uren.
3. Bij overlijden van de rechterlijk ambtenaar wordt gehandeld zoals in het tweede lid is aangegeven, waarbij een eventueel saldo ten gunste van de werkgever niet wordt ingevorderd.