BWBR0017050
Geldig vanaf 2004-07-28
Artikel 6
Regeling bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid en opslagpercentages PF/VF 2004-2005
1. De bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid voor scholen voor speciaal onderwijs bestaat uit een bedrag dat gelijk is aan A+B+C, waarin:
A = het aantal SO-leerlingen en VSO-leerlingen, vermenigvuldigd met de bedragen in de bijlage genoemd onder A;
B = het aantal cumi-leerlingen, vermenigvuldigd met € 110,31;
C = het aantal ambulant begeleide leerlingen, vermenigvuldigd met € 154,73.
2. De bekostiging, bedoeld in het eerste lid, voor scholen voor speciaal onderwijs die op peildatum 1 oktober 2001 werden bezocht door 50% of meer cumi-leerlingen, wordt verhoogd met D, waarin
D = (het aantal leerlingen vermenigvuldigd met het in de bijlage onder B genoemde bedrag) plus (het aantal cumi-leerlingen, vermenigvuldigd met € 366,29) plus (het aantal ambulant begeleide leerlingen op teldatum 1-10-2002, vermenigvuldigd met € 79,38).
3. Wanneer het aantal ambulant begeleide leerlingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, op 1-10-2002 hoger was dan het aantal op 1-10-2003, wordt bij wijze van eenmalige overgangsregeling een extra bedrag toegekend ter hoogte van het verschil.
4. De in de bijlage onder A en B genoemde bedragen zijn afhankelijk van de onderwijssoort.
5. Bij de vaststelling van het aantal leerlingen ten behoeve van de berekening van A en D worden leerlingen op residentiële plaatsen niet meegeteld en wordt het aantal residentiële plaatsen geteld als leerling.
6. Tenzij in dit artikel anders wordt aangegeven, wordt het aantal leerlingen vastgesteld overeenkomstig artikel 118 van de WEC, waarbij wordt uitgegaan van de gegevens die door het bevoegd gezag worden geleverd. Indien het door de accountant geconstateerde leerlingaantal daarvan afwijkt, vindt een herberekening plaats van de omvang van de bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid.
7. Het bepaalde in de leden 1 tot en met 6 van dit artikel is niet van toepassing op de instellingen voor visueel gehandicapten.
A = het aantal SO-leerlingen en VSO-leerlingen, vermenigvuldigd met de bedragen in de bijlage genoemd onder A;
B = het aantal cumi-leerlingen, vermenigvuldigd met € 110,31;
C = het aantal ambulant begeleide leerlingen, vermenigvuldigd met € 154,73.
2. De bekostiging, bedoeld in het eerste lid, voor scholen voor speciaal onderwijs die op peildatum 1 oktober 2001 werden bezocht door 50% of meer cumi-leerlingen, wordt verhoogd met D, waarin
D = (het aantal leerlingen vermenigvuldigd met het in de bijlage onder B genoemde bedrag) plus (het aantal cumi-leerlingen, vermenigvuldigd met € 366,29) plus (het aantal ambulant begeleide leerlingen op teldatum 1-10-2002, vermenigvuldigd met € 79,38).
3. Wanneer het aantal ambulant begeleide leerlingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, op 1-10-2002 hoger was dan het aantal op 1-10-2003, wordt bij wijze van eenmalige overgangsregeling een extra bedrag toegekend ter hoogte van het verschil.
4. De in de bijlage onder A en B genoemde bedragen zijn afhankelijk van de onderwijssoort.
5. Bij de vaststelling van het aantal leerlingen ten behoeve van de berekening van A en D worden leerlingen op residentiële plaatsen niet meegeteld en wordt het aantal residentiële plaatsen geteld als leerling.
6. Tenzij in dit artikel anders wordt aangegeven, wordt het aantal leerlingen vastgesteld overeenkomstig artikel 118 van de WEC, waarbij wordt uitgegaan van de gegevens die door het bevoegd gezag worden geleverd. Indien het door de accountant geconstateerde leerlingaantal daarvan afwijkt, vindt een herberekening plaats van de omvang van de bekostiging voor personeels- en arbeidsmarktbeleid.
7. Het bepaalde in de leden 1 tot en met 6 van dit artikel is niet van toepassing op de instellingen voor visueel gehandicapten.