BWBR0017038
Geldig vanaf 2004-07-28
Artikel 4
Subsidieregeling Transumo 2004–2010
1. Transumo maakt een aangepast projectplan binnen zes weken na de beschikking tot subsidieverlening voor het in artikel 3bedoelde eerste tijdvak, neemt hierbij de hierop betrekking hebbende aanbevelingen van de Commissie van Wijzen in acht, en voert de overige aanbevelingen van de Commissie van Wijzen door tijdens het eerste tijdvak van de subsidieverlening.
2. Na het eerste tijdvak van de subsidieverlening vindt een evaluatie plaats. Deze heeft betrekking op de implementatie van de aanbevelingen van de Commissie van Wijzen ICES/KIS. Transumo verleent haar medewerking aan deze evaluatie.
3. Drie jaar na de start van het projectplan wordt de uitvoering van het projectplan geëvalueerd door een externe evaluatiecommissie.
4. In aanvulling op de in afdeling 4.2.6. van de Algemene wet bestuursrechtgenoemde gronden voor het intrekken of het ten nadele van Transumo wijzigen van de subsidieverlening, kan voor de minister ook een grond zijn:
a. het in het aangepaste projectplan naar het oordeel van de minister niet genoegzaam geïmplementeerd zijn van de hierop betrekking hebbende aanbevelingen van de Commissie van Wijzen;
b. de resultaten van de tussentijdse evaluatie, bedoeld in het derde lid, of
c. het niet verkrijgen van goedkeuring van de Europese Commissie in geval van overschrijdingen van financiële drempels voor bijdragen van ondernemers als bedoeld in de beschikking van de Europese Commissie inzake het Besluit Subsidies Investeringen Kennisinfrastructuur van 7 augustus 2002 (SG (2002) d/231125).
2. Na het eerste tijdvak van de subsidieverlening vindt een evaluatie plaats. Deze heeft betrekking op de implementatie van de aanbevelingen van de Commissie van Wijzen ICES/KIS. Transumo verleent haar medewerking aan deze evaluatie.
3. Drie jaar na de start van het projectplan wordt de uitvoering van het projectplan geëvalueerd door een externe evaluatiecommissie.
4. In aanvulling op de in afdeling 4.2.6. van de Algemene wet bestuursrechtgenoemde gronden voor het intrekken of het ten nadele van Transumo wijzigen van de subsidieverlening, kan voor de minister ook een grond zijn:
a. het in het aangepaste projectplan naar het oordeel van de minister niet genoegzaam geïmplementeerd zijn van de hierop betrekking hebbende aanbevelingen van de Commissie van Wijzen;
b. de resultaten van de tussentijdse evaluatie, bedoeld in het derde lid, of
c. het niet verkrijgen van goedkeuring van de Europese Commissie in geval van overschrijdingen van financiële drempels voor bijdragen van ondernemers als bedoeld in de beschikking van de Europese Commissie inzake het Besluit Subsidies Investeringen Kennisinfrastructuur van 7 augustus 2002 (SG (2002) d/231125).