BWBR0017036
Geldig vanaf 2004-07-23
Artikel 4
Tijdelijke beleidsregel aanwijzing beschermde monumenten
De minister wijst geen monumenten als bedoeld in artikel 1, onder b, sub 2, aan als beschermd monument, tenzij:
a. het desbetreffende monument vanwege zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde kan worden aangemerkt als een nationaal of internationaal erkend monument en er plannen in ontwikkeling zijn die bij uitvoering het voortbestaan van het desbetreffende monument in gevaar zouden brengen, of
b. het project Actualisering Monumenten Register-duurzaam van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek noodzaakt tot wijziging van een reeds genomen beslissing tot aanwijzing.
a. het desbetreffende monument vanwege zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde kan worden aangemerkt als een nationaal of internationaal erkend monument en er plannen in ontwikkeling zijn die bij uitvoering het voortbestaan van het desbetreffende monument in gevaar zouden brengen, of
b. het project Actualisering Monumenten Register-duurzaam van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek noodzaakt tot wijziging van een reeds genomen beslissing tot aanwijzing.