BWBR0017017
Geldig vanaf 2004-10-30
Artikel 94
Algemene bepalingen
Artikel 94 1 Indien de ouder en, indien hij een partner heeft, zijn partner tegenwoordige arbeid verrichten als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a of b , heeft de ouder en, indien hij een partner heeft, zijn partner in aanvulling op de in hoofdstuk 2, paragraaf 2 , bedoelde tegemoetkoming aanspraak op een extra tegemoetkoming van het Rijk gedurende vier jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet. 2 De hoogte van de extra tegemoetkoming van het Rijk is bovendien afhankelijk van: a. de bijdragen in de kosten van kinderopvang die de ouder en zijn partner per kind kunnen ontvangen in het kader van het verrichten van tegenwoordige arbeid, met dien verstande dat die bijdragen slechts in aanmerking worden genomen, voor zover het totaal ervan een derde deel van de kosten van kinderopvang, bedoeld in artikel 7, eerste lid , niet te boven gaat, of b. de bijdrage in de kosten van kinderopvang die de ouder zonder partner per kind kan ontvangen in het kader van het verrichten van tegenwoordige arbeid, met dien verstande dat die bijdrage slechts in aanmerking wordt genomen, voor zover het totaal ervan een zesde deel van de kosten van kinderopvang, bedoeld in artikel 7, eerste lid , niet te boven gaat. 3 Bij algemene maatregel van bestuur worden voor de in het eerste lid genoemde periode van vier jaar regels gesteld over de duur en de hoogte van de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, voor daarbij aan te geven inkomensgroepen. 2004 455 21-09-2004 09-07-2004 28447 2004 555 29-10-2004 25-10-2004 30-10-2004 Geldt voor kalenderjaren die aanvangen op of na 1 januari 2005.