BWBR0016953
Geldig vanaf 2004-07-17
Artikel 3
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit Directie Internationale Zaken 2004
Het hoofd van de afdeling Europese Aangelegenheden is verantwoordelijk voor de volgende algemene taken:
a. het onderhouden van relevante bilaterale externe betrekkingen en contacten met Nederlandse ambassades in het buitenland;
b. het voorbereiden, coördineren en uitvoeren van de SZW-inbreng, voor tijdens en na het Nederlandse voorzitterschap van de EU;
c. het ontwikkelen van een strategisch kader ten aanzien van het te voeren Europees beleid van het ministerie en toetsen van de Nederlandse inbreng daarin (waaronder het toetsen aan de strategische kaders);
d. het voeren van het inhoudelijke, procesmatige en logistieke secretariaat ten aanzien van de Europese dossiers en het initiëren, adviseren, coördineren en toetsen van de Nederlandse inbreng daarin;
e. het toetsen van nationale voornemens aan Europese kaders en ontwikkelingen;
f. het samen met de afdeling Permanente Vertegenwoordiging & Ambassade voeren van de regie over het proces tussen de beleidsdirecties en de Europese Unie;
g. het ontwikkelen en onderhouden van een bilateraal netwerk met landen in de huidige en toekomstige Europese Unie met inbegrip van bilaterale expertise-uitwisseling;
h. het mede vormgeven en bewaken van de Europese institutionele kaders;
i. het toerusten van het ministerie met het oog op activiteiten van de Europese Unie.
a. het onderhouden van relevante bilaterale externe betrekkingen en contacten met Nederlandse ambassades in het buitenland;
b. het voorbereiden, coördineren en uitvoeren van de SZW-inbreng, voor tijdens en na het Nederlandse voorzitterschap van de EU;
c. het ontwikkelen van een strategisch kader ten aanzien van het te voeren Europees beleid van het ministerie en toetsen van de Nederlandse inbreng daarin (waaronder het toetsen aan de strategische kaders);
d. het voeren van het inhoudelijke, procesmatige en logistieke secretariaat ten aanzien van de Europese dossiers en het initiëren, adviseren, coördineren en toetsen van de Nederlandse inbreng daarin;
e. het toetsen van nationale voornemens aan Europese kaders en ontwikkelingen;
f. het samen met de afdeling Permanente Vertegenwoordiging & Ambassade voeren van de regie over het proces tussen de beleidsdirecties en de Europese Unie;
g. het ontwikkelen en onderhouden van een bilateraal netwerk met landen in de huidige en toekomstige Europese Unie met inbegrip van bilaterale expertise-uitwisseling;
h. het mede vormgeven en bewaken van de Europese institutionele kaders;
i. het toerusten van het ministerie met het oog op activiteiten van de Europese Unie.