BWBR0016950
Geldig vanaf 2004-07-15
Artikel 3
Regeling bevoegdheden secretaris-generaal VROM met betrekking tot personeelsaangelegenheden 2004
1. Met inachtneming van artikel 10:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, wordt aan de secretaris-generaal mandaat verleend tot het nemen van beslissingen op bezwaarschriften die zijn gericht tegen besluiten in verband houden met haar taak, zoals vermeld in het KB van 1988.
2. Tot de beslissingen op bezwaar die verband houden met haar taak, zoals bedoeld in het eerste lid, behoren in ieder geval beslissingen op bezwaarschriften:
a. die zijn gericht tegen besluiten die behoren tot de bevoegdheden van de directeur Personeel, Organisatie en ICT;
b. die voortvloeien uit het Besluit Reorganisaties VROM 2001;
c. die zijn gericht tegen besluiten op het gebied van personeelsaangelegenheden die niet tot de bevoegdheden van de hoofden van dienst of de hoofden van de Organisatieonderdelen behoren.
3. De secretaris-generaal is niet bevoegd tot het beslissen op bezwaarschriften indien het besluit waartegen het bezwaar zich richt door de minister of staatssecretaris is genomen.
2. Tot de beslissingen op bezwaar die verband houden met haar taak, zoals bedoeld in het eerste lid, behoren in ieder geval beslissingen op bezwaarschriften:
a. die zijn gericht tegen besluiten die behoren tot de bevoegdheden van de directeur Personeel, Organisatie en ICT;
b. die voortvloeien uit het Besluit Reorganisaties VROM 2001;
c. die zijn gericht tegen besluiten op het gebied van personeelsaangelegenheden die niet tot de bevoegdheden van de hoofden van dienst of de hoofden van de Organisatieonderdelen behoren.
3. De secretaris-generaal is niet bevoegd tot het beslissen op bezwaarschriften indien het besluit waartegen het bezwaar zich richt door de minister of staatssecretaris is genomen.