BWBR0016949
Geldig vanaf 2007-12-03
Artikel 3
Regeling inrichting begroting en jaarrekening kamers van koophandel
1. De begroting en jaarrekening van een kamer wordt ingedeeld aan de hand van de volgende hoofdproductgroepen:
a. registratie taak;
b. nationale taak;
c. regionale taak;
d. uitvoering van taken als bedoeld in de artikelen 28 en 29 van de wet .
2. Binnen de hoofdproductgroepen wordt voorts een onderscheid gemaakt naar productgroepen, die telkens een groep gelijksoortige producten met betrekking tot een specifieke taak betreffen, en naar individuele producten.
3. In de begroting en jaarrekening van een kamer wordt ten aanzien van elk individueel product de kostprijs, de heffing, de opbrengst en het percentage profijtbeginsel per eenheid product opgenomen. Voorts worden per product zowel de totale verwachte kosten als de totale verwachte opbrengsten in het begrotingsjaar opgenomen. De minister kan op aanvraag van de kamers gezamenlijk vrijstelling verlenen van het bepaalde in de eerste volzin.
4. Ten aanzien van de niet direct aan een bepaald product toe te rekenen kosten wordt aangegeven op welke wijze deze naar redelijkheid en billijkheid over welke producten zijn verdeeld.
5. In de begroting en jaarrekening wordt de post ‘rentebaten en soortgelijke opbrengsten’ gespecificeerd.
6. De overzichten genoemd in artikel 46 van de wetonderscheiden tussen de kamers gezamenlijk, het samenwerkingsverband, en de kamers en het samenwerkingsverband gezamenlijk.
a. registratie taak;
b. nationale taak;
c. regionale taak;
d. uitvoering van taken als bedoeld in de artikelen 28 en 29 van de wet .
2. Binnen de hoofdproductgroepen wordt voorts een onderscheid gemaakt naar productgroepen, die telkens een groep gelijksoortige producten met betrekking tot een specifieke taak betreffen, en naar individuele producten.
3. In de begroting en jaarrekening van een kamer wordt ten aanzien van elk individueel product de kostprijs, de heffing, de opbrengst en het percentage profijtbeginsel per eenheid product opgenomen. Voorts worden per product zowel de totale verwachte kosten als de totale verwachte opbrengsten in het begrotingsjaar opgenomen. De minister kan op aanvraag van de kamers gezamenlijk vrijstelling verlenen van het bepaalde in de eerste volzin.
4. Ten aanzien van de niet direct aan een bepaald product toe te rekenen kosten wordt aangegeven op welke wijze deze naar redelijkheid en billijkheid over welke producten zijn verdeeld.
5. In de begroting en jaarrekening wordt de post ‘rentebaten en soortgelijke opbrengsten’ gespecificeerd.
6. De overzichten genoemd in artikel 46 van de wetonderscheiden tussen de kamers gezamenlijk, het samenwerkingsverband, en de kamers en het samenwerkingsverband gezamenlijk.