BWBR0016935
Geldig vanaf 2006-08-21
Artikel 4
Bijdrageregeling CIP en ISC
1. De coöperaties verstrekken de minister voor 1 januari 2007 hun financiële verantwoording met verslag over de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 juli 2006. Deze stukken zijn voorzien van een verklaring en een verslag van bevindingen van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboeken worden door tussenkomst van de voorzitter aan de minister aangeboden. Deze stukken zijn overeenkomstig de statuten van de coöperaties vastgesteld.
2. Binnen drie maanden na ontvangst van de in het tweede lid genoemde stukken stelt de minister de jaarlijkse bijdrage definitief vast en doet hij hiervan mededeling aan de coöperaties door tussenkomst van de voorzitter.
3. De minister kan besluiten tot gehele of gedeeltelijke terugvordering van de bijdrage indien na beoordeling van de stukken bedoeld in het tweede lid, blijkt dat de bijdrage in het betrokken begrotingsjaar niet tot besteding is gekomen volgens de bepalingen in deze regeling, de in bijlage 1van deze regeling vermelde wet- en regelgeving en de voorwaarden zoals vermeld in de kaderbrief en tussentijds vastgestelde begrotingswijzigingen.
2. Binnen drie maanden na ontvangst van de in het tweede lid genoemde stukken stelt de minister de jaarlijkse bijdrage definitief vast en doet hij hiervan mededeling aan de coöperaties door tussenkomst van de voorzitter.
3. De minister kan besluiten tot gehele of gedeeltelijke terugvordering van de bijdrage indien na beoordeling van de stukken bedoeld in het tweede lid, blijkt dat de bijdrage in het betrokken begrotingsjaar niet tot besteding is gekomen volgens de bepalingen in deze regeling, de in bijlage 1van deze regeling vermelde wet- en regelgeving en de voorwaarden zoals vermeld in de kaderbrief en tussentijds vastgestelde begrotingswijzigingen.