BWBR0016920
Geldig vanaf 2006-08-18
Artikel 1
Regeling subsidiebedragen milieukwaliteit elektriciteitsproductie 2006
1. In deze regeling wordt verstaan onder:
a. zuivere biomassa: producten, afvalstoffen en residuen van de landbouw – met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen –, de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken die geheel biologisch afbreekbaar zijn, alsmede industrieel en huishoudelijk afval dat geheel biologisch afbreekbaar is;
b. niet-zuivere biomassa: biomassa, niet zijnde zuivere biomassa;
c. afvalverbrandingsinstallatie: de productie-installatie waarin al dan niet de opgewekte warmte wordt teruggewonnen en die uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is voor: 1°. de verbranding door oxidatie van afvalstoffen;
2°. een andere thermische behandeling van afvalstoffen dan bedoeld onder 1° ingeval de producten daarvan vervolgens worden verbrand, of
3°. de verbranding van producten die voortkomen uit thermische behandeling van afvalstoffen;
1°. de verbranding door oxidatie van afvalstoffen;
2°. een andere thermische behandeling van afvalstoffen dan bedoeld onder 1° ingeval de producten daarvan vervolgens worden verbrand, of
3°. de verbranding van producten die voortkomen uit thermische behandeling van afvalstoffen;
d. productie-installatie voor de opwekking van elektriciteit met behulp van windenergie op zee: een productie-installatie waarin elektriciteit wordt opgewekt met behulp van windenergie, die is opgericht in de territoriale zee of in de exclusieve economische zone;
e. productie-installatie voor de opwekking van elektriciteit met behulp van windenergie op land: een productie-installatie waarin elektriciteit wordt opgewekt met behulp van windenergie, niet zijnde een productie-installatie als bedoeld in onderdeel d;
f. NTA 8003: de Nederlandse Technische Afspraak 8003, Classificatie van biomassa voor energietoepassing, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-Instituut, zoals deze luidde op 1 december 2003;
h. gasmotor: een inwendige explosiemotor met elektrische ontsteking of compressie-ontsteking.
2. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, worden producten, afvalstoffen en residuen van de landbouw – met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen –, de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, alsmede industrieel en huishoudelijk afval met een aandeel onvermijdbare kunststoffen en ander materiaal van langcyclisch organische oorsprong van ten hoogste drie massaprocent per partij geacht geheel biologisch afbreekbaar te zijn.
3. Het rendement voor afvalverbrandingsinstallaties wordt berekend door de som van:
a. de opgewekte en aan het net of aan andere productie-installaties dan de productie-installatie die de elektriciteit opwekt te leveren elektriciteit, en
b. tweederde van de opgewekte en nuttig aan te wenden warmte, te delen door het product van de massa van het te verwerken afval en de calorische onderwaarde van dit afval.
a. zuivere biomassa: producten, afvalstoffen en residuen van de landbouw – met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen –, de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken die geheel biologisch afbreekbaar zijn, alsmede industrieel en huishoudelijk afval dat geheel biologisch afbreekbaar is;
b. niet-zuivere biomassa: biomassa, niet zijnde zuivere biomassa;
c. afvalverbrandingsinstallatie: de productie-installatie waarin al dan niet de opgewekte warmte wordt teruggewonnen en die uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is voor: 1°. de verbranding door oxidatie van afvalstoffen;
2°. een andere thermische behandeling van afvalstoffen dan bedoeld onder 1° ingeval de producten daarvan vervolgens worden verbrand, of
3°. de verbranding van producten die voortkomen uit thermische behandeling van afvalstoffen;
1°. de verbranding door oxidatie van afvalstoffen;
2°. een andere thermische behandeling van afvalstoffen dan bedoeld onder 1° ingeval de producten daarvan vervolgens worden verbrand, of
3°. de verbranding van producten die voortkomen uit thermische behandeling van afvalstoffen;
d. productie-installatie voor de opwekking van elektriciteit met behulp van windenergie op zee: een productie-installatie waarin elektriciteit wordt opgewekt met behulp van windenergie, die is opgericht in de territoriale zee of in de exclusieve economische zone;
e. productie-installatie voor de opwekking van elektriciteit met behulp van windenergie op land: een productie-installatie waarin elektriciteit wordt opgewekt met behulp van windenergie, niet zijnde een productie-installatie als bedoeld in onderdeel d;
f. NTA 8003: de Nederlandse Technische Afspraak 8003, Classificatie van biomassa voor energietoepassing, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-Instituut, zoals deze luidde op 1 december 2003;
h. gasmotor: een inwendige explosiemotor met elektrische ontsteking of compressie-ontsteking.
2. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, worden producten, afvalstoffen en residuen van de landbouw – met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen –, de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, alsmede industrieel en huishoudelijk afval met een aandeel onvermijdbare kunststoffen en ander materiaal van langcyclisch organische oorsprong van ten hoogste drie massaprocent per partij geacht geheel biologisch afbreekbaar te zijn.
3. Het rendement voor afvalverbrandingsinstallaties wordt berekend door de som van:
a. de opgewekte en aan het net of aan andere productie-installaties dan de productie-installatie die de elektriciteit opwekt te leveren elektriciteit, en
b. tweederde van de opgewekte en nuttig aan te wenden warmte, te delen door het product van de massa van het te verwerken afval en de calorische onderwaarde van dit afval.