BWBR0016878
Geldig vanaf 2004-07-01
Artikel 9
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directie Arbeidsverhoudingen 2004
Aan de hoofden van de afdelingen en de directiesecretaris wordt mandaat en machtiging verleend met betrekking tot:
a. het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op de personeelsaangelegenheden ten behoeve van de eigen organisatorische eenheid voor zover het betreft: 1°. het opmaken, niet zijnde vaststellen van beoordelingen;
2°. het houden van manager-medewerker gesprekken;
3°. verlof;
4°. kleine beloningen, niet zijnde gratificaties, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur Arbeidsverhoudingen;
1°. het opmaken, niet zijnde vaststellen van beoordelingen;
2°. het houden van manager-medewerker gesprekken;
3°. verlof;
4°. kleine beloningen, niet zijnde gratificaties, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur Arbeidsverhoudingen;
b. het afdoen van stukken met uitzondering van stukken waarvan, gelet op het belang daarvan, redelijkerwijs kan worden vermoed, dat deze door de directeur Arbeidsverhoudingen moeten worden afgedaan.
a. het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op de personeelsaangelegenheden ten behoeve van de eigen organisatorische eenheid voor zover het betreft: 1°. het opmaken, niet zijnde vaststellen van beoordelingen;
2°. het houden van manager-medewerker gesprekken;
3°. verlof;
4°. kleine beloningen, niet zijnde gratificaties, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur Arbeidsverhoudingen;
1°. het opmaken, niet zijnde vaststellen van beoordelingen;
2°. het houden van manager-medewerker gesprekken;
3°. verlof;
4°. kleine beloningen, niet zijnde gratificaties, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur Arbeidsverhoudingen;
b. het afdoen van stukken met uitzondering van stukken waarvan, gelet op het belang daarvan, redelijkerwijs kan worden vermoed, dat deze door de directeur Arbeidsverhoudingen moeten worden afgedaan.