BWBR0016863
Geldig vanaf 2004-06-20
Artikel 3
Subsidieregeling Programmafinanciering EV-beleid voor andere overheden
1. Een provinciaal programma bestaat uit een aantal van de volgende projecten op het gebied van externe veiligheid:
a. risicoinventarisatie van risicovolle situaties;
b. actualisatie bestaande vergunningen;
c. transport van gevaarlijke stoffen: routering van het vervoer krachtens de Wet vervoer gevaarlijke stoffen;
d. opstellen van een visie voor het externeveiligheidbeleid voor provincie of gemeente;
e. ruimtelijke ordening/pro-actie: toepassen en rekening houden met grenswaarden op het gebied van externe veiligheid in bestemmingsplannen en de nota Risiconormering Vervoer Gevaarlijke Stoffen (kamerstuk 1995/1996, 25 611, nr. 2);
f. het uitvoeren van groepsrisicobeleid en verantwoording groepsrisico ingevolge de artikelen 12 en 13 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen;
g. sanering: de voorbereiding van saneringen ingevolge de artikelen 17, 18 en 19 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen en het opstellen van een saneringsprogramma;
h. risicocommunicatie richting burgers;
i. organisatorische versterking en professionalisering op het gebied van externe veiligheid door: 1°. verbetering van de samenwerking op het gebied van externe veiligheid,
2°. externe veiligheid onderdeel maken van gemeentelijk en provinciaal handhavingsprogramma,
3°. versterking van de kennis op het gebied van externe veiligheid bij gemeenten en provincies.
1°. verbetering van de samenwerking op het gebied van externe veiligheid,
2°. externe veiligheid onderdeel maken van gemeentelijk en provinciaal handhavingsprogramma,
3°. versterking van de kennis op het gebied van externe veiligheid bij gemeenten en provincies.
2. Het programma mag naast de in het eerste lid genoemde onderdelen voor ten hoogste eenderde van de middelen bestaan uit regiospecifieke projecten gericht op externe veiligheid.
a. risicoinventarisatie van risicovolle situaties;
b. actualisatie bestaande vergunningen;
c. transport van gevaarlijke stoffen: routering van het vervoer krachtens de Wet vervoer gevaarlijke stoffen;
d. opstellen van een visie voor het externeveiligheidbeleid voor provincie of gemeente;
e. ruimtelijke ordening/pro-actie: toepassen en rekening houden met grenswaarden op het gebied van externe veiligheid in bestemmingsplannen en de nota Risiconormering Vervoer Gevaarlijke Stoffen (kamerstuk 1995/1996, 25 611, nr. 2);
f. het uitvoeren van groepsrisicobeleid en verantwoording groepsrisico ingevolge de artikelen 12 en 13 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen;
g. sanering: de voorbereiding van saneringen ingevolge de artikelen 17, 18 en 19 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen en het opstellen van een saneringsprogramma;
h. risicocommunicatie richting burgers;
i. organisatorische versterking en professionalisering op het gebied van externe veiligheid door: 1°. verbetering van de samenwerking op het gebied van externe veiligheid,
2°. externe veiligheid onderdeel maken van gemeentelijk en provinciaal handhavingsprogramma,
3°. versterking van de kennis op het gebied van externe veiligheid bij gemeenten en provincies.
1°. verbetering van de samenwerking op het gebied van externe veiligheid,
2°. externe veiligheid onderdeel maken van gemeentelijk en provinciaal handhavingsprogramma,
3°. versterking van de kennis op het gebied van externe veiligheid bij gemeenten en provincies.
2. Het programma mag naast de in het eerste lid genoemde onderdelen voor ten hoogste eenderde van de middelen bestaan uit regiospecifieke projecten gericht op externe veiligheid.