BWBR0016804
Geldig vanaf 2020-01-01
Artikel 1
Regeling aanwijzing ambtenaren van politie en functionarissen t.b.v. uitreiking en betekening van gerechtelijke stukken
Voor de uitvoering van opdrachten of werkzaamheden als bedoeld in de artikelen 36d, eerste lid, 373, 391, 541, tweede lid, en 6:1:5 van het Wetboek van Strafvorderingworden aangewezen:
a. ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 2, onder b, van de Politiewet 2012;
b. ambtenaren, werkzaam bij de gerechten en genoemd in artikel 14, tweede lid, en artikel 145, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie;
c. ambtenaren werkzaam bij het openbaar ministerie;
d. ambtenaren, werkzaam bij de Belastingdienst/Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst, welke opsporingsbevoegdheid bezitten;
e. ambtenaren, werkzaam bij de Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit (NVWA), welke opsporingsbevoegdheid bezitten;
f. ambtenaren, werkzaam bij de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Inspectie SZW), welke opsporingsbevoegdheid bezitten;
g. ambtenaren, werkzaam bij de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), welke opsporingsbevoegdheid bezitten;
h. ambtenaren, werkzaam in een penitentiaire inrichting;
i. ambtenaren, werkzaam in een rijksinrichting, als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen;
j. functionarissen, werkzaam in een particuliere jeugdinrichting, als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen;
k. functionarissen, werkzaam in een niet-justitiële inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden;
l. functionarissen, werkzaam in een rijksinrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden;
m. functionarissen werkzaam in een particuliere justitiële inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden;
n. functionarissen, die door het Centraal Justitieel Incassobureau te Leeuwarden worden belast met de invordering van geldboeten en administratieve sancties;
o. ambtenaren en functionarissen, werkzaam bij de interdepartementale post- en koeriersdienst;
p. ambtenaren van de Koninklijke marechaussee welke opsporingsbevoegdheid bezitten.
a. ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 2, onder b, van de Politiewet 2012;
b. ambtenaren, werkzaam bij de gerechten en genoemd in artikel 14, tweede lid, en artikel 145, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie;
c. ambtenaren werkzaam bij het openbaar ministerie;
d. ambtenaren, werkzaam bij de Belastingdienst/Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst, welke opsporingsbevoegdheid bezitten;
e. ambtenaren, werkzaam bij de Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit (NVWA), welke opsporingsbevoegdheid bezitten;
f. ambtenaren, werkzaam bij de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Inspectie SZW), welke opsporingsbevoegdheid bezitten;
g. ambtenaren, werkzaam bij de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), welke opsporingsbevoegdheid bezitten;
h. ambtenaren, werkzaam in een penitentiaire inrichting;
i. ambtenaren, werkzaam in een rijksinrichting, als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen;
j. functionarissen, werkzaam in een particuliere jeugdinrichting, als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen;
k. functionarissen, werkzaam in een niet-justitiële inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden;
l. functionarissen, werkzaam in een rijksinrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden;
m. functionarissen werkzaam in een particuliere justitiële inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden;
n. functionarissen, die door het Centraal Justitieel Incassobureau te Leeuwarden worden belast met de invordering van geldboeten en administratieve sancties;
o. ambtenaren en functionarissen, werkzaam bij de interdepartementale post- en koeriersdienst;
p. ambtenaren van de Koninklijke marechaussee welke opsporingsbevoegdheid bezitten.