BWBR0016803
Geldig vanaf 2004-10-15
Artikel II
Wijzigingsbesluit Besluit zorgaanspraken AWBZ, enz. (wijziging aanspraak psychotherapeutische behandeling)
1. In afwijking van artikel 8, tweede lid, van het Besluit zorgaanspraken AWBZen onverminderd artikel 8, vierde lid, van dat besluit, heeft een verzekerde die in de periode van 1 januari 2004 tot de datum van de inwerkingtreding van dit besluit reeds was aangevangen met een psychotherapeutische behandeling waarbij geen sprake was van een persoonlijkheidsstoornis, ten hoogste aanspraak op dertig zittingen.
2. In afwijking van artikel 8, tweede lid, van het Besluit zorgaanspraken AWBZen onverminderd artikel 8, vierde lid, van dat besluit, heeft een verzekerde die vóór 1 januari 2004 was aangevangen met een psychotherapeutische behandeling aanspraak op ten hoogste dertig zittingen te rekenen vanaf 1 januari 2004, tenzij eerder het maximum zoals dat gold tot 1 januari 2004, is bereikt.
3. In afwijking van artikel 8, tweede lid, van het Besluit zorgaanspraken AWBZen onverminderd artikel 8, vierde lid, van dat besluit, heeft een verzekerde met een persoonlijkheidsstoornis alsmede een verzekerde als bedoeld in artikel 8, derde lid, die vóór 1 januari 2004 was aangevangen met een psychotherapeutische behandeling, aanspraak op ten hoogste dertig zittingen te rekenen vanaf 1 januari 2004, tenzij eerder het maximum zoals dat gold tot 1 januari 2004 is bereikt dan wel in totaal vijftig zittingen, indien dit laatste aantal groter is.
2. In afwijking van artikel 8, tweede lid, van het Besluit zorgaanspraken AWBZen onverminderd artikel 8, vierde lid, van dat besluit, heeft een verzekerde die vóór 1 januari 2004 was aangevangen met een psychotherapeutische behandeling aanspraak op ten hoogste dertig zittingen te rekenen vanaf 1 januari 2004, tenzij eerder het maximum zoals dat gold tot 1 januari 2004, is bereikt.
3. In afwijking van artikel 8, tweede lid, van het Besluit zorgaanspraken AWBZen onverminderd artikel 8, vierde lid, van dat besluit, heeft een verzekerde met een persoonlijkheidsstoornis alsmede een verzekerde als bedoeld in artikel 8, derde lid, die vóór 1 januari 2004 was aangevangen met een psychotherapeutische behandeling, aanspraak op ten hoogste dertig zittingen te rekenen vanaf 1 januari 2004, tenzij eerder het maximum zoals dat gold tot 1 januari 2004 is bereikt dan wel in totaal vijftig zittingen, indien dit laatste aantal groter is.