BWBR0016795
Geldig vanaf 2010-01-01
Artikel 2
Regeling tuchtcollege voor de scheepvaart
1. De leden en de plaatsvervangende leden ontvangen voor het bijwonen van een zitting van het tuchtcollege voor de scheepvaart een vacatiegeld van € 342.–.
2. De voorzitter en de plaatsvervangende voorzitters ontvangen voor het voorbereiden van een zitting, het leiden van een zitting en het voorbereiden van een uitspraak na afloop van een zitting van het tuchtcollege voor de scheepvaart een vacatiegeld van € 684,– per activiteit.
3. De voorzitter ontvangt voor het nemen van een beslissing als bedoeld in artikel 55j, eerste lid, van de Wet zeevarenden, en voor het beproeven van een minnelijke schikking als bedoeld in artikel 55j, vierde lid, van deze wet, een vacatiegeld van € 228.–.
4. De voorzitter ontvangt voor werkzaamheden die verband houden met het algemene functioneren van het tuchtcollege een vacatiegeld van € 684,– per dag.
2. De voorzitter en de plaatsvervangende voorzitters ontvangen voor het voorbereiden van een zitting, het leiden van een zitting en het voorbereiden van een uitspraak na afloop van een zitting van het tuchtcollege voor de scheepvaart een vacatiegeld van € 684,– per activiteit.
3. De voorzitter ontvangt voor het nemen van een beslissing als bedoeld in artikel 55j, eerste lid, van de Wet zeevarenden, en voor het beproeven van een minnelijke schikking als bedoeld in artikel 55j, vierde lid, van deze wet, een vacatiegeld van € 228.–.
4. De voorzitter ontvangt voor werkzaamheden die verband houden met het algemene functioneren van het tuchtcollege een vacatiegeld van € 684,– per dag.