BWBR0016720
Geldig vanaf 2004-05-21
Artikel 3
Besluit mandaat, volmacht en machtiging Dienst Publiek en Communicatie 2004
1. Het hoofd Academie voor Overheidscommunicatie, hoofd Media & Monitoring, hoofd Consultancy, het hoofd Postbus 51 Informatiedienst en hoofd Campagnemanagement wordt volmacht en machtiging verstrekt voor handelingen, die betrekking hebben op de projectuitgaven van de Dienst Publiek en Communicatie, waarmede een bedrag is gemoeid dat per geval vijftigduizend euro niet te boven gaat en waarvoor financiële dekking is vanuit aangenomen opdrachten.
2. Het hoofd Academie voor Overheidscommunicatie, hoofd Media & Monitoring, hoofd Consultancy, hoofd Campagnemanagement, de directiesecretaris en hoofd Bedrijfsbureau wordt volmacht en machtiging verstrekt voor handelingen, die betrekking hebben op de materiële begroting van de Dienst Publiek en Communicatie, waarmede een bedrag is gemoeid dat per geval tienduizend euro niet te boven gaat en waarvoor financiële dekking is vanuit het prestatieplan.
3. Het hoofd Postbus 51 Informatiedienst wordt volmacht en machtiging verstrekt voor handelingen, die betrekking hebben op de materiële begroting van de Dienst Publiek en Communicatie, waarmede een bedrag is gemoeid dat per geval vijftigduizend euro niet te boven gaat en waarvoor financiële dekking is vanuit het prestatieplan.
4. Het hoofd Media & Monitoring wordt machtiging verstrekt om betalingen op het gebied van de media-inkoop te autoriseren mits er financiële dekking is vanuit aangenomen opdrachten.
5. Een functionaris zoals bedoeld in het eerste, tweede, derde en vierde lid maakt van de aan hem verleende volmacht en machtiging uitsluitend gebruik voor zover het aangelegenheden betreft die behoren tot zijn werkterrein en naar aard of inhoud niet een zodanig gewicht hebben dat deze behoren te worden afgedaan door de (plv.) directeur Dienst Publiek en Communicatie.
6. De krachtens het eerste tot en met het vijfde lid aan de genoemde hoofden verleende bevoegdheden worden verleend aan de door de directeur aangewezen plaatsvervangers. Plaatsvervangers maken van deze bevoegdheden uitsluitend gebruik bij afwezigheid van respectievelijke hoofden.
7. De krachtens artikel 2, eerste lid, aan het hoofd Bedrijfsbureau verleende bevoegdheden zijn uitsluitend voorbehouden aan het hoofd Bedrijfsbureau, en niet aan de aangewezen plaatsvervanger.
8. Beslissingen op het gebied van het personeelsbeleid, waaronder begrepen aanstelling en schorsing, inzake bij Publiek en Communicatie werkzame functionarissen in schaal 14 BBRA en lager zijn voorbehouden aan de directeur Dienst Publiek en Communicatie.
9. De bevoegdheden worden nader bepaald door en uitgeoefend met inachtneming van:
a. departementale procedures, richtlijnen en aanwijzingen;
b. nadere procedures en instructies van de directeur Dienst Publiek en Communicatie.
2. Het hoofd Academie voor Overheidscommunicatie, hoofd Media & Monitoring, hoofd Consultancy, hoofd Campagnemanagement, de directiesecretaris en hoofd Bedrijfsbureau wordt volmacht en machtiging verstrekt voor handelingen, die betrekking hebben op de materiële begroting van de Dienst Publiek en Communicatie, waarmede een bedrag is gemoeid dat per geval tienduizend euro niet te boven gaat en waarvoor financiële dekking is vanuit het prestatieplan.
3. Het hoofd Postbus 51 Informatiedienst wordt volmacht en machtiging verstrekt voor handelingen, die betrekking hebben op de materiële begroting van de Dienst Publiek en Communicatie, waarmede een bedrag is gemoeid dat per geval vijftigduizend euro niet te boven gaat en waarvoor financiële dekking is vanuit het prestatieplan.
4. Het hoofd Media & Monitoring wordt machtiging verstrekt om betalingen op het gebied van de media-inkoop te autoriseren mits er financiële dekking is vanuit aangenomen opdrachten.
5. Een functionaris zoals bedoeld in het eerste, tweede, derde en vierde lid maakt van de aan hem verleende volmacht en machtiging uitsluitend gebruik voor zover het aangelegenheden betreft die behoren tot zijn werkterrein en naar aard of inhoud niet een zodanig gewicht hebben dat deze behoren te worden afgedaan door de (plv.) directeur Dienst Publiek en Communicatie.
6. De krachtens het eerste tot en met het vijfde lid aan de genoemde hoofden verleende bevoegdheden worden verleend aan de door de directeur aangewezen plaatsvervangers. Plaatsvervangers maken van deze bevoegdheden uitsluitend gebruik bij afwezigheid van respectievelijke hoofden.
7. De krachtens artikel 2, eerste lid, aan het hoofd Bedrijfsbureau verleende bevoegdheden zijn uitsluitend voorbehouden aan het hoofd Bedrijfsbureau, en niet aan de aangewezen plaatsvervanger.
8. Beslissingen op het gebied van het personeelsbeleid, waaronder begrepen aanstelling en schorsing, inzake bij Publiek en Communicatie werkzame functionarissen in schaal 14 BBRA en lager zijn voorbehouden aan de directeur Dienst Publiek en Communicatie.
9. De bevoegdheden worden nader bepaald door en uitgeoefend met inachtneming van:
a. departementale procedures, richtlijnen en aanwijzingen;
b. nadere procedures en instructies van de directeur Dienst Publiek en Communicatie.