BWBR0016674
Geldig vanaf 2004-05-06
Artikel 2
Mandaatbesluit LNV Voedsel en Waren Autoriteit
De directeur-generaal van de Voedsel en Waren Autoriteit, de directeur, de plaatsvervangend directeur en de adjunct-directeur van de Voedsel en Waren Autoriteit, onderdeel Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees wordt mandaat verleend om namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te besluiten en stukken te ondertekenen betreffende:
a. het verlenen, schorsen of intrekken van erkenningen verleend aan vervoersondernemingen als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van het Besluit dierenvervoer 1994;
b. het afgeven van de bewijsstukken, bedoeld in de artikelen 7 en 9 van de Regeling dierenvervoer;
c. de ontheffing, bedoeld in artikel 71 van de Veewet, van het verbod, bedoeld in artikel 68 van de Veewet voor zover het betreft de uitvoer van vlees van kalveren die op een leeftijd van meer dan 42 dagen zijn ingevoerd;
d. de ontheffing, bedoeld in artikel 71 van de Veewet, van het verbod, bedoeld in artikel 69 van de Veewet voor zover het betreft de wederuitvoer van uit derde landen ingevoerde vleesproducten;
e. de ontheffing, bedoeld in artikel 71 van de Veewet, van het verbod, bedoeld in artikel 1a van de Regeling in- en doorvoer vlees 1979;
f. de ontheffing, bedoeld in artikel 8 van de Regeling in- en doorvoer vleesproducten;
g. de ontheffing, bedoeld in artikel 8 van de Regeling in- en doorvoer vlees 1979;
h. de ontheffing, bedoeld in artikel 17 van de Regeling in- en doorvoer van pluimveeproducten 1993, van het verbod, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Regeling in- en doorvoer van pluimveeproducten 1993;
i. de ontheffing, bedoeld in artikel 35, tweede lid, van de Regeling keuring en handelsverkeer konijne- en hazevlees 1993;
j. de ontheffing, bedoeld in artikel 1.2 van de Regeling keuring en handel dierlijke producten, van het verbod, bedoeld in artikel 2.1, eerste en tweede lid, van de Regeling keuring en handel dierlijke producten, ter zake van de uitvoer van gehakt van pluimvee bestemd voor lid-staten van de Europese Unie en de invoer van vleesbereidingen van pluimveevlees uit derde landen;
k. de voorwaarden, bedoeld in artikel 4.4, onderdeel d, van de Regeling keuring en handel dierlijke producten;
l. de toestemming, bedoeld in artikel 12a, vijfde lid, van de Regeling uitvoer vers vlees en vleesbereidingen 1985;
m. besluiten inzake de registratie en erkenning van entrepots, bedoeld in de artikelen 2.50d van de Regeling handel levende dieren en levende producten en 2.23d van de Regeling keuring en handel dierlijke producten;
n. de toestemming voor het laten vervaardigen en in voorraad hebben van merken en het voorhanden hebben van stempels en werktuigen daarvoor, bedoeld in de artikelen 4.21, 5.20, 9.16 en 10.19 van de Regeling keuring en handel dierlijke producten, de artikelen 4 en 29 van de Regeling keuring en handelsverkeer konijne- en hazevlees 1993 en artikel 13a van de Regeling keuring en handelsverkeer vleesproducten 1993;
o. de toelating van kalvermesterijen, bedoeld in artikel 3.12 van de Regeling handel levende dieren en levende producten;
p. het belasten als bedoeld in artikel 6.1 van de Regeling handel levende dieren en levende producten van dierenartsen van pluimveebedrijven met het uitvoeren van een aantal uit richtlijn 90/539/EEG voortvloeiende taken;
q. de toestemming, bedoeld in artikel 8.5b, vierde lid, van de Regeling handel levende dieren en levende producten;
r. het besluit, bedoeld in de artikelen 8.5f, eerste lid, en 8.5g, van de Regeling handel levende dieren en levende producten;
s. het registreren en doorhalen dan wel niet-erkennen van registraties van inrichtingen als bedoeld in de artikelen 4.4a en 11.6 van de Regeling keuring en handel dierlijke producten;
t. de erkenning van handelaren, bedoeld in de artikelen 3.15 en 4.10 van de Regeling handel levende dieren en levende producten;
u. het registreren en doorhalen dan wel niet-erkennen van registraties van handelaren als bedoeld in artikel 2.62 van de Regeling handel levende dieren en levende producten, artikel 2.26 van de Regeling keuring en handel dierlijke producten, de artikelen 4, tweede lid, en 5, tweede lid, van de Regeling in- en doorvoer van pluimveeproducten 1993, de artikelen 7b, tweede lid, en 7c, tweede lid, van de Regeling in- en doorvoer vlees 1979, de artikelen 6b, tweede lid, en 6c, tweede lid van de Regeling in- en doorvoer vleesproducten 1985, artikel 15 van de Regeling keuring en handelsverkeer konijne- en hazevlees 1993 en artikel 2 van Regeling voorkoming ziekten bij zalmachtigen;
v. de erkenning en intrekking van de erkenning van verzamelcentra, bedoeld in artikel 2.63 van de Regeling handel levende dieren en levende producten;
w. de erkenning en intrekking van de erkenning, bedoeld in de artikelen 6.8, 8.6, 8.6a, 9.10, 9.11, 10.7, 10.9, 10.10 en 10.11 van de Regeling handel levende dieren en levende producten;
x. het registreren en doorhalen dan wel niet-erkennen van registraties van handelszaken, bedoeld in artikel 8.7 van de Regeling handel levende dieren en levende producten;
y. het registreren en doorhalen dan wel niet-erkennen van registraties, bedoeld in artikel 63 van de Regeling aquicultuur;
z. de erkenning en intrekking van de erkenning, bedoeld in artikel 5 van de Regeling in- en doorvoer vlees 1979;
aa. besluiten inzake varkensspermawincentra en runderspermawincentra als bedoeld in de artikelen 3 en 9 van het Besluit eisen dierlijke sperma en spermawincentra;
bb. het toelaten en intrekken van de toelating van slachthuizen, bedoeld in artikel 2.64 van de Regeling handel levende dieren en levende producten;
cc. de erkenning en intrekking van de erkenning, bedoeld in de artikelen 4.16, 5.13, 9.10 en 10.13 van de Regeling keuring en handel dierlijke producten;
dd. de erkenning en intrekking van de erkenning van slachthuizen en uitsnijderijen, bedoeld in artikel 31 van de Regeling keuring en handelsverkeer konijne- en hazevlees 1993;
ee. de erkenning en intrekking van de erkenning van vleesproductenfabrieken, bedoeld in artikel 13 van de Regeling keuring en handelsverkeer vleesproducten 1993;
ff. de erkenning en intrekking van de erkenning, bedoeld in artikel 9 van de Regeling uitvoer vers vlees en vleesbereidingen 1985;
gg. de ontheffing op grond van artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren van het verbod, bedoeld in artikel 2.1, eerste en tweede lid, van de Regeling handel levende dieren en levende producten en in artikel 77, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, voor het zonder handelsoogmerk buiten en in Nederland brengen van andere gezelschapsdieren dan katten en honden, die worden begeleid door een natuurlijke persoon die voor de dieren verantwoordelijk is;
hh. de ontheffing op grond van artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren van het verbod op in- en uitvoer van ziekteverwekkers, bedoeld in artikel 2.1 van de Regeling keuring en handel dierlijke producten en van het verbod op de invoer van entstoffen, bedoeld in artikel 2.1 van de Regeling handel levende dieren en levende producten;
ii. de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 86 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;
jj. besluiten inzake de Regeling betreffende het bijeenbrengen van dieren 2000, alsmede ontheffing op grond van artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren van het bepaalde in die regeling;
kk. besluiten inzake de Regeling varkensleveringen, alsmede ontheffing op grond van artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren van het bepaalde in die regeling;
ll. besluiten om in plaats van de bestuursdwang van artikel 106 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren toe te passen een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht op te leggen;
mm. besluiten inzake de toelating tot de uitoefening van de diergeneeskunde in volle omvang als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde;
nn. de registratie, bedoeld in artikel 3 van de Regeling register WUD 1990;
oo. het waarmerken, bedoeld in artikel 4 van de Regeling register WUD 1990;
pp. besluiten inzake de toelating tot de uitoefening van de diergeneeskunde in beperkte omvang als bedoeld in de artikelen 2, 6, 9, 12, 13 en 13a van het Besluit paraveterinairen;
qq. de registratie, bedoeld in artikel 20 van de Regeling paraveterinairen;
rr. de registratie, bedoeld in artikel 6b van het Besluit bescherming tegen bepaalde zoönosen en bestrijding besmettelijke dierziekten;
ss. besluiten inzake de Erkenningsregeling productie en opslag dierlijke eiwitten 2001;
tt. besluiten inzake de Regeling halteplaatsen;
uu. ontheffingen op grond van artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren van het bepaalde in de Regeling vaccinatie Newcastle disease ten behoeve van gewetensbezwaarden die op 30 juni 2001 beschikten over een ontheffing van de verplichting tot vaccinatie tegen Newcastle disease die is verleend op basis van de Verordening N.C.D.-bestrijding 1976 van het Landbouwschap;
vv. ontheffingen op grond van artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren van het bepaalde in de Regeling vaccinatie Newcastle disease ten behoeve van instituten als bedoeld in artikel 8 van de Wet op de dierproeven;
ww. artikel 1, tweede en derde lid, van de Beschikking wering besmettelijke pluimveeziekten.
a. het verlenen, schorsen of intrekken van erkenningen verleend aan vervoersondernemingen als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van het Besluit dierenvervoer 1994;
b. het afgeven van de bewijsstukken, bedoeld in de artikelen 7 en 9 van de Regeling dierenvervoer;
c. de ontheffing, bedoeld in artikel 71 van de Veewet, van het verbod, bedoeld in artikel 68 van de Veewet voor zover het betreft de uitvoer van vlees van kalveren die op een leeftijd van meer dan 42 dagen zijn ingevoerd;
d. de ontheffing, bedoeld in artikel 71 van de Veewet, van het verbod, bedoeld in artikel 69 van de Veewet voor zover het betreft de wederuitvoer van uit derde landen ingevoerde vleesproducten;
e. de ontheffing, bedoeld in artikel 71 van de Veewet, van het verbod, bedoeld in artikel 1a van de Regeling in- en doorvoer vlees 1979;
f. de ontheffing, bedoeld in artikel 8 van de Regeling in- en doorvoer vleesproducten;
g. de ontheffing, bedoeld in artikel 8 van de Regeling in- en doorvoer vlees 1979;
h. de ontheffing, bedoeld in artikel 17 van de Regeling in- en doorvoer van pluimveeproducten 1993, van het verbod, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Regeling in- en doorvoer van pluimveeproducten 1993;
i. de ontheffing, bedoeld in artikel 35, tweede lid, van de Regeling keuring en handelsverkeer konijne- en hazevlees 1993;
j. de ontheffing, bedoeld in artikel 1.2 van de Regeling keuring en handel dierlijke producten, van het verbod, bedoeld in artikel 2.1, eerste en tweede lid, van de Regeling keuring en handel dierlijke producten, ter zake van de uitvoer van gehakt van pluimvee bestemd voor lid-staten van de Europese Unie en de invoer van vleesbereidingen van pluimveevlees uit derde landen;
k. de voorwaarden, bedoeld in artikel 4.4, onderdeel d, van de Regeling keuring en handel dierlijke producten;
l. de toestemming, bedoeld in artikel 12a, vijfde lid, van de Regeling uitvoer vers vlees en vleesbereidingen 1985;
m. besluiten inzake de registratie en erkenning van entrepots, bedoeld in de artikelen 2.50d van de Regeling handel levende dieren en levende producten en 2.23d van de Regeling keuring en handel dierlijke producten;
n. de toestemming voor het laten vervaardigen en in voorraad hebben van merken en het voorhanden hebben van stempels en werktuigen daarvoor, bedoeld in de artikelen 4.21, 5.20, 9.16 en 10.19 van de Regeling keuring en handel dierlijke producten, de artikelen 4 en 29 van de Regeling keuring en handelsverkeer konijne- en hazevlees 1993 en artikel 13a van de Regeling keuring en handelsverkeer vleesproducten 1993;
o. de toelating van kalvermesterijen, bedoeld in artikel 3.12 van de Regeling handel levende dieren en levende producten;
p. het belasten als bedoeld in artikel 6.1 van de Regeling handel levende dieren en levende producten van dierenartsen van pluimveebedrijven met het uitvoeren van een aantal uit richtlijn 90/539/EEG voortvloeiende taken;
q. de toestemming, bedoeld in artikel 8.5b, vierde lid, van de Regeling handel levende dieren en levende producten;
r. het besluit, bedoeld in de artikelen 8.5f, eerste lid, en 8.5g, van de Regeling handel levende dieren en levende producten;
s. het registreren en doorhalen dan wel niet-erkennen van registraties van inrichtingen als bedoeld in de artikelen 4.4a en 11.6 van de Regeling keuring en handel dierlijke producten;
t. de erkenning van handelaren, bedoeld in de artikelen 3.15 en 4.10 van de Regeling handel levende dieren en levende producten;
u. het registreren en doorhalen dan wel niet-erkennen van registraties van handelaren als bedoeld in artikel 2.62 van de Regeling handel levende dieren en levende producten, artikel 2.26 van de Regeling keuring en handel dierlijke producten, de artikelen 4, tweede lid, en 5, tweede lid, van de Regeling in- en doorvoer van pluimveeproducten 1993, de artikelen 7b, tweede lid, en 7c, tweede lid, van de Regeling in- en doorvoer vlees 1979, de artikelen 6b, tweede lid, en 6c, tweede lid van de Regeling in- en doorvoer vleesproducten 1985, artikel 15 van de Regeling keuring en handelsverkeer konijne- en hazevlees 1993 en artikel 2 van Regeling voorkoming ziekten bij zalmachtigen;
v. de erkenning en intrekking van de erkenning van verzamelcentra, bedoeld in artikel 2.63 van de Regeling handel levende dieren en levende producten;
w. de erkenning en intrekking van de erkenning, bedoeld in de artikelen 6.8, 8.6, 8.6a, 9.10, 9.11, 10.7, 10.9, 10.10 en 10.11 van de Regeling handel levende dieren en levende producten;
x. het registreren en doorhalen dan wel niet-erkennen van registraties van handelszaken, bedoeld in artikel 8.7 van de Regeling handel levende dieren en levende producten;
y. het registreren en doorhalen dan wel niet-erkennen van registraties, bedoeld in artikel 63 van de Regeling aquicultuur;
z. de erkenning en intrekking van de erkenning, bedoeld in artikel 5 van de Regeling in- en doorvoer vlees 1979;
aa. besluiten inzake varkensspermawincentra en runderspermawincentra als bedoeld in de artikelen 3 en 9 van het Besluit eisen dierlijke sperma en spermawincentra;
bb. het toelaten en intrekken van de toelating van slachthuizen, bedoeld in artikel 2.64 van de Regeling handel levende dieren en levende producten;
cc. de erkenning en intrekking van de erkenning, bedoeld in de artikelen 4.16, 5.13, 9.10 en 10.13 van de Regeling keuring en handel dierlijke producten;
dd. de erkenning en intrekking van de erkenning van slachthuizen en uitsnijderijen, bedoeld in artikel 31 van de Regeling keuring en handelsverkeer konijne- en hazevlees 1993;
ee. de erkenning en intrekking van de erkenning van vleesproductenfabrieken, bedoeld in artikel 13 van de Regeling keuring en handelsverkeer vleesproducten 1993;
ff. de erkenning en intrekking van de erkenning, bedoeld in artikel 9 van de Regeling uitvoer vers vlees en vleesbereidingen 1985;
gg. de ontheffing op grond van artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren van het verbod, bedoeld in artikel 2.1, eerste en tweede lid, van de Regeling handel levende dieren en levende producten en in artikel 77, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, voor het zonder handelsoogmerk buiten en in Nederland brengen van andere gezelschapsdieren dan katten en honden, die worden begeleid door een natuurlijke persoon die voor de dieren verantwoordelijk is;
hh. de ontheffing op grond van artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren van het verbod op in- en uitvoer van ziekteverwekkers, bedoeld in artikel 2.1 van de Regeling keuring en handel dierlijke producten en van het verbod op de invoer van entstoffen, bedoeld in artikel 2.1 van de Regeling handel levende dieren en levende producten;
ii. de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 86 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren;
jj. besluiten inzake de Regeling betreffende het bijeenbrengen van dieren 2000, alsmede ontheffing op grond van artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren van het bepaalde in die regeling;
kk. besluiten inzake de Regeling varkensleveringen, alsmede ontheffing op grond van artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren van het bepaalde in die regeling;
ll. besluiten om in plaats van de bestuursdwang van artikel 106 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren toe te passen een last onder dwangsom als bedoeld in artikel 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht op te leggen;
mm. besluiten inzake de toelating tot de uitoefening van de diergeneeskunde in volle omvang als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde;
nn. de registratie, bedoeld in artikel 3 van de Regeling register WUD 1990;
oo. het waarmerken, bedoeld in artikel 4 van de Regeling register WUD 1990;
pp. besluiten inzake de toelating tot de uitoefening van de diergeneeskunde in beperkte omvang als bedoeld in de artikelen 2, 6, 9, 12, 13 en 13a van het Besluit paraveterinairen;
qq. de registratie, bedoeld in artikel 20 van de Regeling paraveterinairen;
rr. de registratie, bedoeld in artikel 6b van het Besluit bescherming tegen bepaalde zoönosen en bestrijding besmettelijke dierziekten;
ss. besluiten inzake de Erkenningsregeling productie en opslag dierlijke eiwitten 2001;
tt. besluiten inzake de Regeling halteplaatsen;
uu. ontheffingen op grond van artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren van het bepaalde in de Regeling vaccinatie Newcastle disease ten behoeve van gewetensbezwaarden die op 30 juni 2001 beschikten over een ontheffing van de verplichting tot vaccinatie tegen Newcastle disease die is verleend op basis van de Verordening N.C.D.-bestrijding 1976 van het Landbouwschap;
vv. ontheffingen op grond van artikel 107 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren van het bepaalde in de Regeling vaccinatie Newcastle disease ten behoeve van instituten als bedoeld in artikel 8 van de Wet op de dierproeven;
ww. artikel 1, tweede en derde lid, van de Beschikking wering besmettelijke pluimveeziekten.