BWBR0016667
Geldig vanaf 2012-12-13
Artikel 3
Klachtenregeling politietaken Koninklijke Marechaussee/krijgsmacht 2004
1. Er is een klachtencommissie politietaken Koninklijke Marechaussee/krijgsmacht die bestaat uit een oneven aantal, maar tenminste uit drie, onafhankelijke leden, onder wie een voorzitter.
2. De leden worden voor een periode van vier jaar door de Minister van Defensie benoemd op voordracht van de commandant van de Koninklijke Marechaussee. De voordracht komt tot stand na een open sollicitatieprocedure.
3. De leden kunnen eenmaal opnieuw worden benoemd, met uitzondering van de commissieleden die voor 1 oktober 2018 zijn benoemd; zij kunnen voor een derde keer worden benoemd.
4. De totale benoemingstermijn is acht jaar.
5. Bij uitval of aangetoond disfunctioneren van een lid kan een nieuw lid voor een periode van vier jaar worden benoemd. In dat geval verricht het uitgevallen of disfunctionerend lid geen werkzaamheden voor de duur van zijn benoeming.
6. De beheerder wijst een secretaris aan. De secretaris is geen lid van de commissie.
7. Als een advies strekt tot het niet in behandeling nemen van een klacht in verband met het bepaalde in artikel 9:8, eerste of tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, kan de commissie de advisering opdragen aan haar voorzitter.
8. De commissie stelt in een huishoudelijk reglement nadere regels vast omtrent haar werkwijze.
2. De leden worden voor een periode van vier jaar door de Minister van Defensie benoemd op voordracht van de commandant van de Koninklijke Marechaussee. De voordracht komt tot stand na een open sollicitatieprocedure.
3. De leden kunnen eenmaal opnieuw worden benoemd, met uitzondering van de commissieleden die voor 1 oktober 2018 zijn benoemd; zij kunnen voor een derde keer worden benoemd.
4. De totale benoemingstermijn is acht jaar.
5. Bij uitval of aangetoond disfunctioneren van een lid kan een nieuw lid voor een periode van vier jaar worden benoemd. In dat geval verricht het uitgevallen of disfunctionerend lid geen werkzaamheden voor de duur van zijn benoeming.
6. De beheerder wijst een secretaris aan. De secretaris is geen lid van de commissie.
7. Als een advies strekt tot het niet in behandeling nemen van een klacht in verband met het bepaalde in artikel 9:8, eerste of tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, kan de commissie de advisering opdragen aan haar voorzitter.
8. De commissie stelt in een huishoudelijk reglement nadere regels vast omtrent haar werkwijze.