BWBR0016640
Geldig vanaf 2004-04-25
Artikel 8
Subsidieregeling ESF-EQUAL 2004
1. Degene aan wie voorbereidingssubsidie is verleend kan voor de uitvoering van het toegewezen project een projectsubsidieaanvraag bij de minister indienen.
2. De minister ontvangt uiterlijk vier maanden na de datum van verlening van de voorbereidingssubsidie de aanvraag.
3. De aanvraag heeft steeds betrekking op één project dat in hoofdzaak gericht is op één van de in artikel 3, eerste lid, genoemde thema’s en waarvan de looptijd uiterlijk 31 december 2007 eindigt. Voor de aanvraag wordt gebruikt gemaakt van een formulier dat daartoe door de minister beschikbaar wordt gesteld.
4. Bij de aanvraag worden in ieder geval de volgende gegevens verstrekt:
a. een gedetailleerde uitwerking van de in het kader van het project te ontplooien activiteiten inclusief de planning daarvan;
b. een postgewijze begroting en een financieringsplan;
c. een gedetailleerde uitwerking van de administratieve organisatie voor de uitvoering van het project en van de wijze waarop de interne en externe controle van de administratie plaatsvindt;
d. een beschrijving van de wijze waarop de zelf-evaluatie wordt uitgevoerd;
e. een gedetailleerde uitwerking van het in artikel 5, derde lid, onder h, bedoelde activiteiten op het gebied van bekendmaking en inpassing in het reguliere beleid;
f. een beschrijving van de wijze waarop de deelnemers worden betrokken bij de vormgeving van het project.
5. Indien de aanvrager voor de financiering van het te subsidiëren project middelen van derden inzet, geschiedt dit op basis van een schriftelijke overeenkomst met, dan wel schriftelijke toezegging van die derden. In de overeenkomst, dan wel schriftelijke toezegging wordt de bijdrage die door die derde wordt verschaft vastgelegd, alsmede de voorwaarden waaronder deze ter beschikking wordt gesteld. Een afschrift van de overeenkomst, dan wel van de schriftelijke toezegging wordt bij de subsidieaanvraag gevoegd.
6. De minister kan eisen dat de aanvrager een bankgarantie of een garantstelling door een publiekrechtelijke organisatie overlegt.
7. Bij de aanvraag wordt een afschrift gevoegd van de samenwerkingsovereenkomst die de aanvrager is aangegaan met medebelanghebbenden bij het project, waarin ieders bijdrage aan, en betrokkenheid bij, het project, alsmede ieders bevoegdheden bij de besluitvorming duidelijk zijn omschreven.
8. Bij de aanvraag wordt een afschrift gevoegd van een door aanvrager aangegane overeenkomst voor transnationale samenwerking overeenkomstig een door de minister beschikbaar gesteld model.
9. Op de aanvraag wordt uiterlijk 3 maanden na ontvangst beslist.
2. De minister ontvangt uiterlijk vier maanden na de datum van verlening van de voorbereidingssubsidie de aanvraag.
3. De aanvraag heeft steeds betrekking op één project dat in hoofdzaak gericht is op één van de in artikel 3, eerste lid, genoemde thema’s en waarvan de looptijd uiterlijk 31 december 2007 eindigt. Voor de aanvraag wordt gebruikt gemaakt van een formulier dat daartoe door de minister beschikbaar wordt gesteld.
4. Bij de aanvraag worden in ieder geval de volgende gegevens verstrekt:
a. een gedetailleerde uitwerking van de in het kader van het project te ontplooien activiteiten inclusief de planning daarvan;
b. een postgewijze begroting en een financieringsplan;
c. een gedetailleerde uitwerking van de administratieve organisatie voor de uitvoering van het project en van de wijze waarop de interne en externe controle van de administratie plaatsvindt;
d. een beschrijving van de wijze waarop de zelf-evaluatie wordt uitgevoerd;
e. een gedetailleerde uitwerking van het in artikel 5, derde lid, onder h, bedoelde activiteiten op het gebied van bekendmaking en inpassing in het reguliere beleid;
f. een beschrijving van de wijze waarop de deelnemers worden betrokken bij de vormgeving van het project.
5. Indien de aanvrager voor de financiering van het te subsidiëren project middelen van derden inzet, geschiedt dit op basis van een schriftelijke overeenkomst met, dan wel schriftelijke toezegging van die derden. In de overeenkomst, dan wel schriftelijke toezegging wordt de bijdrage die door die derde wordt verschaft vastgelegd, alsmede de voorwaarden waaronder deze ter beschikking wordt gesteld. Een afschrift van de overeenkomst, dan wel van de schriftelijke toezegging wordt bij de subsidieaanvraag gevoegd.
6. De minister kan eisen dat de aanvrager een bankgarantie of een garantstelling door een publiekrechtelijke organisatie overlegt.
7. Bij de aanvraag wordt een afschrift gevoegd van de samenwerkingsovereenkomst die de aanvrager is aangegaan met medebelanghebbenden bij het project, waarin ieders bijdrage aan, en betrokkenheid bij, het project, alsmede ieders bevoegdheden bij de besluitvorming duidelijk zijn omschreven.
8. Bij de aanvraag wordt een afschrift gevoegd van een door aanvrager aangegane overeenkomst voor transnationale samenwerking overeenkomstig een door de minister beschikbaar gesteld model.
9. Op de aanvraag wordt uiterlijk 3 maanden na ontvangst beslist.