BWBR0016575
Geldig vanaf 2004-04-15
Artikel 5
Subsidieregeling geluidsisolatie of vervangende nieuwbouw specifieke panden
Subsidie op grond van deze regeling kan slechts worden verstrekt met betrekking tot woningen:
a. waarvan na een constructief onderzoek is komen vast te staan dat zij geen bouwkundige gebreken of gebreken in de constructie vertonen,
b. die door de specifieke bouwwijze, constructie of vormgeving zodanig afwijken van de woningen waaraan op grond van de Regeling geluidwerende voorzieningen 1997 geluidwerende voorzieningen worden aangebracht, dat de kosten voor het van rijkswege aanbrengen van geluidwerende voorzieningen hoger zullen zijn dan de kostenbegrenzingswaarde,
c. waarvan de constructie van het dak, de gevels of de fundering gebreken zouden gaan vertonen ten gevolge van het geheel of gedeeltelijk van rijkswege aanbrengen van geluidwerende voorzieningen, nadat is komen vast te staan dat andere mogelijkheden voor het aanbrengen van gehele of gedeeltelijke geluidwerende voorzieningen alsmede reductie van de waarde van de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie tot ten hoogste –5dB(A), bedoeld in artikel 17, zesde lid, van de Regeling geluidwerende voorzieningen 1997 niet realiseerbaar zijn, en
d. die in verband met de specifieke bouwwijze, constructie of vormgeving, bedoeld in onderdeel b, als gevolg van het van rijkswege aanbrengen van geluidwerende voorzieningen ingrijpende constructieve aanpassingen behoeven ten behoeve van de stabiliteit van de woning.
a. waarvan na een constructief onderzoek is komen vast te staan dat zij geen bouwkundige gebreken of gebreken in de constructie vertonen,
b. die door de specifieke bouwwijze, constructie of vormgeving zodanig afwijken van de woningen waaraan op grond van de Regeling geluidwerende voorzieningen 1997 geluidwerende voorzieningen worden aangebracht, dat de kosten voor het van rijkswege aanbrengen van geluidwerende voorzieningen hoger zullen zijn dan de kostenbegrenzingswaarde,
c. waarvan de constructie van het dak, de gevels of de fundering gebreken zouden gaan vertonen ten gevolge van het geheel of gedeeltelijk van rijkswege aanbrengen van geluidwerende voorzieningen, nadat is komen vast te staan dat andere mogelijkheden voor het aanbrengen van gehele of gedeeltelijke geluidwerende voorzieningen alsmede reductie van de waarde van de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie tot ten hoogste –5dB(A), bedoeld in artikel 17, zesde lid, van de Regeling geluidwerende voorzieningen 1997 niet realiseerbaar zijn, en
d. die in verband met de specifieke bouwwijze, constructie of vormgeving, bedoeld in onderdeel b, als gevolg van het van rijkswege aanbrengen van geluidwerende voorzieningen ingrijpende constructieve aanpassingen behoeven ten behoeve van de stabiliteit van de woning.