BWBR0016563
Geldig vanaf 2004-04-08
Artikel 2
Tijdelijke regeling delegatie subsidiebevoegdheid aan PGO en OGZ
1. De bevoegdheid tot het nemen van subsidiebesluiten met betrekking tot de gelden die daartoe door de minister aan de instellingen worden verstrekt, wordt gedelegeerd aan:
a. de Stichting Fonds PGO, te Haarlem, voorzover het gaat om besluiten ten aanzien van het verstrekken van subsidie ten behoeve van de versterking van de positie en de invloed van patiënten, gehandicapten en ouderen in de samenleving, alsmede de bevordering van samenwerking, innovatie en werkontwikkeling op dat terrein;
b. de Stichting Stimuleringsfonds Openbare Gezondheidszorg, te Den Haag, voorzover het gaat om besluiten ten aanzien van het verstrekken van subsidie ten behoeve van de bevordering en bescherming van de volksgezondheid door middel van het tijdelijk ondersteunen van de beleidsvoering op lokaal niveau.
2. Het nemen van subsidiebesluiten geschiedt met inachtneming van het door de minister goedgekeurde activiteiten- of projectplan.
3. De minister kan beleidsregels geven over de uitoefening van de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid door de instellingen.
a. de Stichting Fonds PGO, te Haarlem, voorzover het gaat om besluiten ten aanzien van het verstrekken van subsidie ten behoeve van de versterking van de positie en de invloed van patiënten, gehandicapten en ouderen in de samenleving, alsmede de bevordering van samenwerking, innovatie en werkontwikkeling op dat terrein;
b. de Stichting Stimuleringsfonds Openbare Gezondheidszorg, te Den Haag, voorzover het gaat om besluiten ten aanzien van het verstrekken van subsidie ten behoeve van de bevordering en bescherming van de volksgezondheid door middel van het tijdelijk ondersteunen van de beleidsvoering op lokaal niveau.
2. Het nemen van subsidiebesluiten geschiedt met inachtneming van het door de minister goedgekeurde activiteiten- of projectplan.
3. De minister kan beleidsregels geven over de uitoefening van de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid door de instellingen.