1. De ambtenaren van de regiopolitie Utrecht werkzaam in de functie van medewerker service A, B of C, welke functie binnen de op grond van dit besluit uit te vaardigen benoemingsbescheiden zal worden betiteld als ‘teleservicemedewerker’, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.
2. Aan de hiervoor onder lid 1 omschreven ‘teleservicemedewerker’ wordt in overeenstemming met mijn besluit van 26 mei 2003, kenmerk 5228033/503, discretionaire ontheffing, onder b, verleend van de bekwaamheidseis als bedoeld in
artikel 16, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaarindien een certificaat is overgelegd, waaruit blijkt dat betrokkene met goed gevolg binnen een periode van 5 jaar voorafgaande aan de aanvraag heeft deelgenomen aan een op deze functie gerichte interne opleiding.