BWBR0016484
Geldig vanaf 2004-03-24
Artikel 3
Buitengewoon opsporingsambtenaar van de Dienst Infrastructuur Verkeer en Vervoer van de gemeente Amsterdam 2004
1. De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot de opsporing van feiten strafbaar gesteld bij of krachtens:
a. de Wegenverkeerswet 1994;
b. de artikelen 184, 350, 424, 426, 435, onder ten vierde, en 453 van het Wetboek van Strafrecht;
c. Verordeningen en/of Keuren zover betrokkene daarvoor door het bevoegd bestuursorgaan is aangewezen.
2. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van de gemeente Amsterdam.
a. de Wegenverkeerswet 1994;
b. de artikelen 184, 350, 424, 426, 435, onder ten vierde, en 453 van het Wetboek van Strafrecht;
c. Verordeningen en/of Keuren zover betrokkene daarvoor door het bevoegd bestuursorgaan is aangewezen.
2. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van de gemeente Amsterdam.