BWBR0016444
Geldig vanaf 2004-03-01
Artikel 4
Regeling bekostiging Wet toezicht trustkantoren
1. De toezichthouder stelt jaarlijks een verantwoording op van de bij of krachtens de wetaan hem opgedragen taak en de daaruit voortvloeiende werkzaamheden.
2. De verantwoording gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door de toezichthouder aangewezen accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
3. De accountant voegt bij de verklaring, bedoeld in het tweede lid, een verslag van zijn bevindingen omtrent de rechtmatige inning en besteding van de middelen door de toezichthouder uit hoofde van de wet.
4. De toezichthouder zendt de verantwoording voor 1 mei van het op het boekjaar volgende jaar ter instemming aan de minister.
5. De instemming kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
6. De toezichthouder doet na instemming onverwijld mededeling van de verantwoording in de Staatscourant en houdt deze gedurende een jaar na instemming op elektronische wijze ter inzage.
2. De verantwoording gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door de toezichthouder aangewezen accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
3. De accountant voegt bij de verklaring, bedoeld in het tweede lid, een verslag van zijn bevindingen omtrent de rechtmatige inning en besteding van de middelen door de toezichthouder uit hoofde van de wet.
4. De toezichthouder zendt de verantwoording voor 1 mei van het op het boekjaar volgende jaar ter instemming aan de minister.
5. De instemming kan worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
6. De toezichthouder doet na instemming onverwijld mededeling van de verantwoording in de Staatscourant en houdt deze gedurende een jaar na instemming op elektronische wijze ter inzage.